Muzikale dwaalverhalen: en hier is lijf · Literair Productiehuis Wintertuin, Strijbos & Van Rijswijk

Muzikale-dwaalverhalen-en-hier-is-lijf-Literair-productiehuis-Wintertuin-Strijbos-Van-Rijswijk-435x300Dwalen door de wanhoop van de liefde
Gezien 17 juni 2014, Hêdredersplak, Oerol Festival (Terschelling)
★★★★★

Het losse zand bemoeilijkt de klim naar de duintop, die uitkijkt over het hele gebied van ons verhaal. Over de koptelefoon vraagt een stem zich af van welk uitzicht het zand ons wil weerhouden. Filmische muziek helpt om een tandje bij te zetten. Want boven aangekomen horen we ongetwijfeld meer over de vervlogen liefde waar we naar op zoek zijn. Muzikale dwaalverhalen: En hier is lijf smijt je middenin het verhaal van een ongeëvenaarde liefde en de wanhoop die rest als ze plots is verdwenen.

De instructies zijn helder. Bepaal zelf welke route je loopt, hoe lang je ergens blijft en hoe vaak je ergens komt. Zoals op de meegekregen i-Pad te zien is, is de bij Hoorn gelegen duinvallei Hêdredersplak opgedeeld in vier gebieden: het sinistere bos, de heide der dwalende wanhoop, de duintop van het mysterie en het lichte bos. Wat volgt is een overweldigende ervaring, die bovendien voor iedereen uniek is.

Dat ze weg is. Daar begint het mee. Ze is weg en hij kan haar niet vinden. In het sinistere bos word je opgejaagd door onheilspellende muziek en onsamenhangende taal. Woorden komen voorbij zoals dat soms in je hoofd gebeurt: het blijven flarden, ze blijven komen maar vormen logica noch betekenis. En dan uit het niets ineens heel concreet: ‘Ik weet dat alleen de dood mij trouw zal zijn.’ Het lijkt alsof iemand halsoverkop, wanhopig aan het zoeken is. Of aan het vluchten. Die twee liggen immers beangstigend dicht bij elkaar.

Om naar het lichte bos te gaan moet ik de heide der dwalende wanhoop oversteken. De woorden beginnen samen te vallen, taal werkt weer zoals taal hoort te werken. Herinneringen kleuren de contouren van het verhaal steeds verder in. Overpeinzingen geven steeds meer diepte aan de personages. Vlak voordat ik bij het lichte bos ben beland, ter hoogte van de voet van de duintop van het mysterie, hoor ik: ‘Voor de val, moet je omhoog.’ Ik gooi mijn route om en ga omhoog.

Op het hoogste punt van een duintop komt de horizon van alle kanten. Tegen het decor van een Terschellings panorama vertelt hij hoe hij wakker werd, en zij verdwenen was. Geen afdruk van haar in het zand, alleen zijn eigen voetstappen. En hij zweert dat hij blijft dwalen tot hij haar gevonden heeft. Alle horizonnen ten spijt.

Het is niet de eerste en vast ook niet de laatste keer dat tijdens Oerol het publiek met koptelefoons het duin wordt opgestuurd, om vervolgens met poëzie vervlochten audio tot zich te nemen. Maar deze voorstelling is veel meer dan een op het weidse en natuurlijke van Terschelling geïnspireerd verhaal. De tekst die Jibbe Willems voor deze interactieve wandeling schreef heeft precies de goede cadans tussen het oproepen en het beantwoorden van vragen. De structuur van de tekst valt naadloos samen met de vorm van de voorstelling: het is een dwaalstructuur, een associatieve. De tekst, de muziek, en je eigen invulling zijn voor dit verhaal alle drie evenredig belangrijk. De muziek van Jeroen Strijbos en Rob van Rijswijk weet emoties te versterken, te contrasteren en wordt extra krachtig door op de juiste momenten helemaal te verdwijnen. De volgorde van de gebieden die je kunt bezoeken bepaalt de kleur en de invulling die je aan de teksten geeft.

Dat Strijbos & Van Rijswijk samen met Jibbe Willems voor de invulling van dit verhaal op locatie gecomponeerd en geschreven hebben is vruchtbaar gebleken. Dat ze hun eigen associaties en gevoel bij elke plek als uitgangspunt voor de geluidsfragmenten hebben gebruikt is onmiskenbaar, en maakt dat letterlijk elke zin en elk fragment inhoudelijk, poëtisch of gevoelsmatig belang heeft. Deze voorstelling kan en zal nergens anders te beleven zijn dan in deze bossen, deze heide en dit duin. Niettemin is het te hopen dat de Muzikale dwaalverhalen met nieuwe verhalen op een andere plek nog een vervolg krijgt.

Vlak voordat ik uiteindelijk het lichte bos uit loop (een einde waarvan ik besef dat het voor veel bezoekers het begin zal zijn), hoor ik de ontmoeting tussen de twee. Op een open plek in het dichtbegroeide dennenbos ontmoeten een jongen en een meisje elkaar op een feestje. De dialoog is bijna huis tuin en keuken, de weerslag daarentegen enorm. Hij wil haar kussen, hij durft niet, we kennen het spel dat zich dan in de hoofden afspeelt, en terwijl hij in onzekerheid voor een nog onbekend meisje staat, schieten flarden van het sinistere bos en de heide der dwalende wanhoop door mijn hoofd, en ik hoop dat hij haar maar niet kust.