Reportage: Zeecontainerdorp op Over het IJ

Een enclave van zeecontainers

12 juli 2014

Het lijkt een festival in een festival. Het Zeecontainerdorp is al jaren het eerste dat je ziet als je van het pontje voet zet op de NDSM-werf. De makers die daar tien dagen lang de entree richting bar en kassa bezetten, krijgen maar weinig mee van de overige voorstellingen op het festival. Dat is maar randprogrammering. Zij vormen het hart en het uiterlijk, de terugkerende identiteit van Festival Over het IJ in Amsterdam.

© Saris & den Engelsman
© Saris & den Engelsman

Het stadse locatietheaterfestival profileert zich als ontwikkelingsplatform voor jonge makers. Behalve de vijftien zeecontainers zijn de voorstellingen van Opmaat daar een goed voorbeeld van. Er wordt steeds gezocht naar een balans tussen gegarandeerde kwaliteit en werk van nieuwe, semi-onervaren makers. Niet helemaal onervaren natuurlijk, want ook bij het Zeecontainerprogramma geldt: een recent gehaald of te halen diploma aan een kunstvakopleiding is vereist om een containerproject op touw te zetten. Maar voor veel makers is dit wel de eerste confrontatie met een dergelijk aantal speelbeurten, voor een zeer divers publiek, dat nauwelijks van de spelers af staat.

De veranderende stad
Sinds dit jaar is Maaike van Langen artistiek leider van het festival op in Amsterdam Noord. Waar het zwaartepunt in de invulling van het festival eerder neigde naar talentontwikkeling, is de prioriteit van van Langen dat de voorstellingen zich actief verhouden tot de veranderende stad. In dat kader werden de makers binnen het Zeecontainerprogramma uitgedaagd om te werken vanuit het thema ‘stad van de toekomst’. Resultaat: vijftien containers met daarin korte voorstellingen, variërend van opera, beeldende kunst, interactieve installaties en (tekst-)toneel die als het even kan elk uur minimaal één keer spelen.

Simone Hogendijk is één van de artistieke coördinators van het Zeecontainerprogramma. ; ‘Voor de meeste makers is het de eerste kennismaking met werken buiten de theaterzaal. Ze worden gevraagd zich te verhouden tot de container, de NDSM-werf en het festival.’ Ze benadrukt het belang van de springplankfunctie van het festival. ‘Veel makers stromen door, bijvoorbeeld naar het Atelier of naar de expeditie op Oerol. Een zeecontainervoorstelling maken is een mooie wederzijdse kennismaking met locatietheater maken.’

© Saris & den Engelsman
© Saris & den Engelsman

Schrijfster Sara van Gennip is één van de jonge makers die door Over het IJ geselecteerd werd. In haar voorstellingTrek (die geregisseerd is door Martijn Klink en gespeeld door Matthijs Mahler en Lester van Olffen) laten twee mannen zich met het publiek opsluiten in een zeecontainer die naar een Chinese stad vervoerd wordt. Haar voorstelling speelt vandaag ongeveer voor de dertigste keer in nog geen week. ‘Ik blijf hier betrokken met het project. Ik kan steeds bijsturen, ook tekstmatig. Ik ben erachter gekomen dat acteurs heel flexibel zijn. Zo blijft de voorstelling in ontwikkeling. De voorstelling wordt vriendelijker en grappiger naarmate het festival vordert.’

Uiteenlopende interpretaties
In haar voorstelling kiezen de personages voor een andere stad, ver weg in China, maar als ze er bijna zijn slaat bij één de twijfel toe: is Chongqing wel de nieuwe utopie, of moeten we toch maar terug naar Amsterdam-Noord? Uiteindelijk wordt ook van het publiek gevraagd een kant te kiezen. In Omdat de koning zei… van Josje Eijkenboom en Silas Neumann vertellen de makers in een getheatraliseerde context over hun maakproces, waarin ze door actief te participeren een bijdrage wilden leveren aan de veranderingen in de stad. Ze houden het klein en dicht bij zichzelf, wat de beladenheid van de term ‘participatiemaatschappij’ die onze koning vorig jaar het land in joeg, een lekkere lichtheid geeft. De Vlaamse Anjana Dierckx, Silke Huysmans en Eleonore Van Godtsenhoven maakten met Safe Havens een voorstel voor een stad in de vorm van een uitgebreide maquette, terwijl It’s a small world after all door de speakers galmde. De interpretaties van het thema zijn uiteenlopend en in vorm schiet het alle kanten op.

Mede door de herdefiniëring van de artistieke visie die Van Langen voor deze editie formuleerde, hebben de containervoorstellingen meer dan ooit een verbinding met elkaar. Het geeft de voorstellingen een belangrijke inhoudelijke meerwaarde. Toch zijn veel bezoekers geneigd de voorstellingen over te slaan of tot afstel uit te stellen. Ook de traditionele ligging van de containers (die ondanks kleine aanpassingen ook dit jaar weer nagenoeg hetzelfde is) is niet altijd even gunstig. Ben je ze eenmaal gepasseerd, dan hoef je ze niet meer tegen te komen. Juist de spontaniteit die van de bezoekers wordt verlangd (je kan immers voor de voorstellingen niet reserveren, ze zijn juist geschikt voor die korte momenten tussen twee voorstellingen in) wordt daardoor bijna tegengewerkt. In een open festivalhart, omsloten door containers, lopen de bezoekersaantallen ongetwijfeld hoog op.