Mooie, waanzinnige wereld · Stef Bos + band

16-10-2014 Vlaardingen, Schouwburg De Nederlandse zanger Stef Bos tijdens een try-out van zijn "Mooie, Waanzinnige Wereld Tour" Copyright Paul Bergen

Foto: Paul Bergen

Een ode aan schoonheid en lelijkheid
Gezien: 5 november 2014, Stadsschouwburg Utrecht
★★★★☆

Het woord ‘waanzinnig’ heeft twee kanten: enerzijds betekent het fantastisch, geweldig, ongelooflijk. Anderzijds merkwaardig, overdreven, zelfs krankzinnig. In Mooie, waanzinnige wereld legt Stef Bos, poëtisch als van hem te verwachten valt, beide kanten bloot.

Vijfentwintig jaar geleden brak Stef Bos door bij het grote publiek met zijn inmiddels iconisch Is dit nu later? Een kwart eeuw later is hij een fenomeen binnen de Nederlandstalige muziek. Dit programma is een blik achterom, kijkt terug op oude nummers en hoe die ontstonden, maar is ook een belofte voor de toekomst. Met een keur aan nieuwe nummers is Stef Bos nog lang niet uitgeschreven.

Stef Bos laat zich, zo vertelt hij vanavond in de schouwburg van de stad waar hij als student woonde, graag inspireren door poëzie en schilderkunst. Zo zingt hij in de eerste helft het nummer Narrenschip, gebaseerd op het gelijknamige schilderwerk van Jeroen Bosch, over een schip dat de hele mensheid met zich meedraagt. Dit narrenschip / Het vaart door alle tijden / Het kent geen koers / Het waait / Met alle winden mee / Het laat zich / Door de horizon verleiden. Stef Bos vangt de mensheid in een heldere metafoor, en gaat daarmee aan de haal zoals hij dat zo goed kan.

Hij vertelt over zijn dochtertje die hem weer oog leert hebben voor het kleine detail, over zijn studententijd in Utrecht, zijn leven in Antwerpen en Zuid-Afrika, en zijn liefde voor Nederland die zich altijd zo helder manifesteert als hij vanuit het zuiden de Maas en de Waal oversteekt, om naar zijn ouders in Veenendaal te gaan. Hij vertelt dat met de rustige, diepe stem waarmee hij ook zingt, met als verschil dat hij zich net iets meer platheid en humor permitteert dan in zijn liedteksten. Dat geeft de nodige lucht. Ook als hij eerlijk en onomwonden vertelt hoe hij op een dag bij zijn ouders te horen kreeg dat zijn vader nog maar twee maanden te leven had, en hij niet kon zeggen wat hij wilde zeggen – dat hij van hem hield. Diezelfde avond schreef hij Papa, en ervoer hij voor het eerst de noodzaak tot schrijven. Dat de wetenschap het ook wel eens mis heeft, bewees de oude Bos door er nog vijfentwintig jaar aan vast  te plakken, voegt hij eraan toe.

Het lied heeft door de jaren vele uitvoeringen gekregen, er zijn vele lichten op gevallen, net als op Bos zelf. De Papa van 2014 is ingetogener, volwassener, gezongen door iemand die nu zelf papa is. Kleine veranderingen in de teksten maken nuance. Ik geloof in niks wordt Ik geloof in bijna niks want hij sluit niet meer uit dat ze elkaar na de dood weer zullen tegenkomen. De waarheid is, ook voor deze ooit zo standvastige man, op losse schroeven komen te staan.

Na de pauze komt er iets meer van het bekende werk voorbij. De opening, ondergebracht in ‘De trilogie van de mooie waanzinnige wereld in de stad’, vangt in drie bekende nummers zijn haat-liefde verhouding met Antwerpen.Om erbij te horen, Mijn stad en Wodka. Thematisch verbonden weet hij op deze zeer bekende nummers weer nieuw licht te schijnen. Daarin zit de grote kracht van deze voorstelling. Bos’ ode aan de wereld eindigt met Ik heb je lief (Ik heb je lief / Ik heb je liever / Liever dan mijn leven / Dan om het even wat) dat, omlijst door zijn vertaling van Erich Frieds gedicht Was est ist (Het is onzin / zegt het verstand / Het is wat het is / zegt de liefde) ook weer aan betekenis en nuance wint.

Mooie, waanzinnige wereld is in alle opzichten een geslaagde avond Stef Bos. De band die hij meebrengt, met Steven Cornillie, René van Mierlo, Lené te Voortwis en Martin de Wagter, weet samen met Bos de nummers tot een sublieme uitvoering te brengen. Hier en daar schuurt het tegen het pretentieuze, en niet elk verhaal van Bos is even interessant, maar als hij dan de juiste snaren raakt, dan trillen ze ook echt na.

Hoogtepunt komt – misschien wat laat – vlak aan het einde van de toegift, in een prachtig Zuid-Afrikaans nummer (niet eerder gespeeld, in Utrecht moet er altijd wat worden uitgeprobeerd) over een Zuid-Afrikaanse alcoholist, inmiddels goede vriend. Hij is gered door, maar gaat ook ten onder aan de drank. die zijn fles (zijn liefde) toezingt. Ik ben vol van jou, jij bent leeg van mij, bezingt hij zijn fles (zijn liefde). Maar dan in het Zuid-Afrikaans.