Mijn vader was poppenspeler – Servaes Nelissen

Mijn-vader-was-een-poppenspeler-Servaes-Nelissen-Foto-Ilja-Lammers-435x300
Poppenkast voor volwassenen
Gezien: 4 april 2015, Toneelschuur Haarlem
★★★☆☆

 

Als kind ging hij vaak mee als zijn vader – de beroemde handpoppenspeler Jan Nelissen (1918-1987) – in de grote rode Citroën (tevens straatpoppenkast) door het land toerde. Nu gaat Serveas Nelissen nog eenmaal met zijn vader op avontuur.

Maar die zou wel een hoop kritiek hebben gehad, verzucht hij meermaals op het toneel. Hij zou het open karakter van de voorstelling, die regelmatig zonder vierde wand is en waarin meer vóór de kast gebeurt dan erachter, maar moderne flauwekul hebben gevonden. Servaes Nelissen gedijt goed op het schijnbare rommeltje op het toneel. De grote poppenkast kan wel even wachten, hij moet een en ander eerst even inleiden. Op zijn gemak en hier en daar met een flinke scheut cynisme, vertelt hij over het leven van zijn vader – en zijn eigen rol daarin. Zoals het een vader betaamt, bemoeit Jan Nelissen – als handpop – zich er flink tegenaan.

Uiteindelijk gaat hij achter de kast. In vlotte, vooral komische scenes verbeeldt hij flarden uit zijn jeugd. Als handpoppen gaan ze tezamen hun laatste reis aan, naar het theaterdepot waar de oude handpoppen van Jan Nelissen opgeslagen liggen, om die naar het familiegraf te brengen. Op het kerkhof volgt een werkelijk ontroerende afscheidsscène tussen vader en zoon.

Enerzijds is dit een mooie, nostalgische ode aan het ouderwetse handpoppentheater. Maar het is ook een aangrijpend verhaal van een zoon die in de voetsporen van zijn vader treedt. De scenes tussen vader en zoon komen het meest los van de biografische feiten, en dan komt de magie van het handpoppenspel prachtig tot zijn recht.

(Foto: Ilja Lammers)