Round is a shape & De zusjes van de draaiplaneet – Fernanda Silva & Lana Čoporda / Tweetakt/Kaap-productie

Round-is-a-shape-Fernanda-Silva-435x300
Spelenderwijs onderzoek naar ronde vormen
Gezien 8 april 2015, Trekkerschuur Park Lepelenburg, Tweetakt/Kaap

★★★☆☆

Beide choreografieën in deze doublebill zijn geïnspireerd op ronde vormen. In Round is a shape zien we Fernanda Silva in interactie met een grote, blauwe bal. Lana Čoporda inspireerde haar De zusjes van de draaiplaneet op cirkels, spiralen en het lemniscaat. In allebei de voorstellingen is het onderzoek spannend, en is het de actieve nieuwsgierigheid waar het jonge publiek naadloos in mee gaat.

Silva weet in duidelijke beelden, en bovendien met een heldere mimiek, haar dans concreet te illustreren. Nietsvermoedend meisje ziet een opmerkelijk voorwerp (een grote, blauwe bal) en wil dat ontdekken. Deze lijn, hoe simpel ook, is precies genoeg houvast voor het daarop volgende onderzoek.

Door zichzelf gelijk te stellen aan de bal, verwordt deze tot een haast volwaardig personage. En als ze na het spelenderwijs onderzoeken er bijna niet meer van los komt, volgt een spannend gevecht, waarin ze zich krampachtig probeert los te rukken. Silva weet binnen haar geabstraheerde kader een zeer heldere lijn uit te zetten. Hoe herkenbaar is het om met veel moeite iets los te laten, maar als dat gelukt is, er dan toch spijt van te hebben?

Het is die helderheid waar het vervolgens in De zusjes van de draaiplaneet wat aan ontbreekt. Danseressen Kim Hoogterp en Melanie Wirz volgen de cirkelachtige vormen die met ducktape op de vloer zijn geplakt. Misschien ook door de uitgebalanceerde, subtiele lijn van de vorige etude, lijkt deze dans alle kanten op te schieten. Ze hebben een doos vol met lichtgevende tollen, waarop ze hun bewegingen inspireren. Maar dan volgen wat meer abstractere passages, gevolgd door een potje ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet’, dan schiet de één de ander neer, om weer terug te komen bij de tollen.

Hoogterp en Wirz weten bij vlagen mooie beelden, lijnen en bewegingen te vangen. Als ze, elkaar volgend, dansen op de oneindige lijnen van het lemniscaat bijvoorbeeld. Maar door het ontbreken van een concretere verbindende factor, of een terugkoppeling naar het publiek, vindt het niet echt weerslag. We gissen graag, en het jonge publiek heeft genoeg fantasie om hier toch invulling aan te geven, maar op een gegeven moment beginnen ook zij op hun banken te draaien.

Als ze met veel moeite wat mensen uit het publiek weten te trekken, om met hen te dansen zoals de speelgoedtollen draaien, wordt de passieve rol van het publiek doorbroken en eindigt deze dans toch erg plezierig. Ik kan me voorstellen dat met een wat meer gevulde zaal (met meer kinderen) dit een nog belangrijkere plaats in de dans zou kunnen innemen.