The Sunshine Boys · DeLaMar Producties, Joop van den Ende

Alphen a/d Rijn, 27-03-2015. Beeld uit de voorstelling "The Sunshine Boys" van Neil Simon met o.a. André van Duin , Kees Hulst en Olga Zuiderhoek. Regie Gijs de Lange. Foto: Leo van Velzen.

Foto: Leo van Velzen.

André van Duin verrast in wrange komedie
Gezien 12 april 2015, Theater DeLaMar (Amsterdam)
★★★☆☆

Hij heeft, zoals dat heet, ‘de lach aan zijn kont hangen’. Voor een komiek is het goud waard, maar voor het spelen van een gelaagd personage kan het dodelijk zijn. Niettemin – met de dragende rol in The Sunshine Boys toont André van Duin zich behalve een begenadigd komiek ook een interessant acteur. Onvermoeibaar speelt hij tegen de lach in, en daaruit destilleert zich een bij vlagen uiterst schrijnend personage.

Filmisch schuift het naar voren: het zeventigerjaren kamertje met in het midden een ouderwets tv’tje. Daarachter, uitgeteld en versuft, een oude man in een gestreepte herenpyjama. Omgeven door oude posters – Willie Boogaard en Louis van Os: uitverkocht in Elckerlyc te Antwerpen – en vergeelde krantenknipsels op de muur. Willie (André van Duin) heeft, sinds Louis ruim tien jaar geleden een punt achter hun samenwerking zette, niet veel meer om handen.

Theaterschrijver Neil Simon, ook wel bekend als ‘the king of comedy’, schreef dit toneelstuk in 1972. Het werd op slag een succes, en drie jaar later ging het stuk, vertaald en bewerkt door Annie M.G. Schmidt, voor het eerst in Nederland in première. Deze enscenering is inmiddels nummer vier.

Nog één keer de sketch van de dokter en de advocaat spelen – dat is waar het om draait. Na een hoop gedraai geeft Willie toe. Maar niet van harte, benadrukt hij.

Er valt een hoop te lachen, in deze ‘well-made-comedy’ van Simon. Maar er is meer te beleven. De geldingsdrang van Willie, die koste wat kost aan zijn vroegere partner wil laten zien dat hij nog in het vak zit, geeft dit verhaal een grote droefenis mee. Zijn oeverloze eenzaamheid, wiens humor nu uitsluitend nog bestaat uit cynisme, geeft deze komedie een lekkere, wrange nasmaak.

Als zowel theater- als cabaretregisseur heeft Gijs de Lange knap werk geleverd: hij brengt zowel de meest platte humor, in de televisierepetitie van de sketch waar de tweede helft mee opent, als de grote, dramatische lijnen die door het stuk verweven zitten. Van Duin is hilarisch als mopperende vergane glorie-artiest, maar weet met een blik in de verte of een ontsnapte zucht toch te ontroeren. Als Louis van Os is Kees Hulst subtiel in zijn toenadering, en tegelijkertijd scherp in zijn sneren. Ze zijn allebei te koppig om weer vrienden te worden, en ze kunnen de verleiding om het elkaar lastig te maken maar moeilijk weerstaan.

Ferdi Stofmeel weet als Willies neef Ben bij vlagen te ontwapenen – bijvoorbeeld in het oprechte plezier dat hij haalt uit het systematisch gemopper van zijn oom. Maar zo nu en dan valt hij met wat mechanisch, ingestudeerd spel ook een beetje uit de toon.

The Sunshine Boys is een voornamelijk vermakelijke productie, waarin Van Duin een kant toont die we nog niet van hem kenden. Dat hij een onmiskenbare timing heeft en lach op lach kan sorteren was nagenoeg bekend. Dat zet hij in en dat doet hij goed. Maar het doorleefde spel dat diepe sporen van pijn vermoedt, is nieuw en doet smaken naar meer.