Ploegen – Theatergroep Suburbia

4-e1434102493852-435x300
Ontwortelde personages in toegankelijke buitenvoorstelling

 


De voorstelling Ploegen, geschreven door de relatief onbekende Oostenrijkse toneelschrijver Volker Schmidt, handelt over het zoeken naar een thuis. Alle personages zijn op hun eigen manier ontworteld, en pas als ze dat onder ogen durven komen, kunnen ze verder. Voor het hoofdpersonage Georg (Ian Bok) gaat het over de keuze tussen het leven in de stad versus dat op het platteland. Een thematiek die in de bossen bij landgoed De Kemphaan, in de schaduw van Almere, aardig op zijn plek valt.Zijn vriendin (en manager), de licht hysterische Yvonne (Lotje van Lunteren) vindt het maar niks. Zij is zo iemand die nog nooit eerder voet buiten de stad heeft gezet en dat ook eigenlijk niet van plan was – ontheemd en met licht afgrijzen loopt ze over het erf. Hoe eerder ze weer terug naar de stad mag, hoe beter.Maar al gauw dienen de complicaties zich aan. Mede door de mysterieuze boerin Maria (Rian Gerritsen) en jeugdvriend Christoph (Stefan Rokebrand), maar vooral door het knagen van zijn eigen geweten, komt Georg niet los van de boerderij. Ook niet als dat zijn relatie met Yvonne in gevaar brengt.

Het decor voor deze buitenvoorstelling is ontworpen door Marlies Schot. Ze accentueerde het weidse van het platteland. De houten boerderij links en de afgetakelde schuur rechts lijken zo uit het landschap ontsproten – maar tegelijkertijd zijn het niet meer dan de aanzetjes van de gebouwen. Onze verbeeldingskracht doet de rest. Er staat niet meer dan nodig, en daardoor kunnen grote lijnen worden gemaakt. Bij de verschillende opkomsten van de personages (per auto, tractor en Puch) wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt.

Geteisterd door elkaar en door externe factoren, proberen de personages de boerderij te redden van de dreigende sloop. Zoals dat gaat als je een helder doel voor ogen hebt, vergeet je soms al het waardevolle en belangrijke dat je al had. Georg is meedogenloos in wat hij opgeeft – de confrontatie met het huis dat hij jarenlang ontvluchtte doet hem inzien wat hij wat hij al die tijd gemist heeft.

Wat direct opvalt is het opmerkelijke taalgebruik van de personages. Zinnen worden regelmatig te vroeg afgebroken of woorden worden weggelaten. Het geeft de tekst bij vlagen iets ritmisch, maar het komt ook vaak erg gekunsteld over. Dan zien we de acteurs aan het werk, in plaats van de personages.

Maat het grootste probleem zit hem in de weinig creatieve regie van Albert Lubbers. Waar het decor nog een beroep doet op onze verbeelding, en de taal op minst vervreemdt, regisseert Lubbers de vele scenes zonder dat er iets te raden blijft. Verdriet uit zich in tranen, plezier in een lachbui, en de vele woede en onbegrip uiten zich in hardnekkig geschreeuw. Het past goed bij de verwende Yvonne, maar die eenduidigheid geeft de andere personages, met name Georg, al snel iets irritant. Opvliegend, zwelgend in zelfmedelijden en boos op iedereen zakt hij steeds dieper in de modder – en raakt zo steeds verder verwijderd van een sympathiek karakter. Typerend is het moment dat hij zich op zijn knieën laat vallen, zijn ogen ten hemel slaat, vuisten in de lucht en brult: “Waarom?” Niet zelden neigt het stuk naar melodrama, en dat staat de nodige identificatie die deze voorstelling naar een hoger plan moet tillen, behoorlijk in de weg.

Want van een ijzersterk plot moet Ploegen het ook niet hebben. Schmidt schreef een toegankelijke tekst met interessante dilemma’s, maar de ontwikkelingen in het verhaal liggen er steeds duimdik bovenop. Deze toneeltekst had baat gehad bij een wat radicalere regie – maar met enthousiast spel, een aangenaam avondzonnetje en de prachtige locatie ploegen ze er ons wel doorheen.