Loslopend wild · Maas theater en dans

Loslopend-Wild-Play-it-back-8-lig-@-sjoerd-kelderman-1440x746-435x300

Foto: Sjoerd Kelderman

Drie beeldende verhalen verstopt in het Formerum Bos
Gezien: 17 juni 2015, Bostheater, Oerol (Terschelling)
★★★☆☆

Loslopend Wild is het ontwikkelingstraject dat Maas Theater en Dans jonge makers aanbiedt om binnen een professionele context voorstellingen te ontwikkelen: in dit geval in het Bostheater op Oerol Festival. Bezoekers van de voorstelling worden een schurend drieluik in het Formerum Bos beloofd. Een drieluik is misschien wat te veel gezegd: dat suggereert immers (thematische) verbindingen tussen de werken. De voorstellingen, die elk ongeveer twintig minuten duren, staan erg op zichzelf – maar dat is natuurlijk geen bezwaar.

Er wordt afgetrapt met de dansetude Kraai, ontwikkeld door choreograaf Jasper van Luijk. Het publiek neemt voor deze voorstelling plaats op wat normaliter in dit intieme natuurtheater als speelvloer fungeert. De voorstelling vindt plaats op en voor de trapsgewijze tribune.

Vanuit de bossen komt danser Yeli Beurskens aangerend en beklimt soepel de tribune, waar ineens een danseres (Jefta Tanate) verschijnt. Beiden beklimmen de tribune aldoor, om zich er bovenaan weer af te laten vallen – alsof ze vast zitten in een stramien van ontsnappen. Ook doet het, met de repetitieve klim en daaropvolgende neerstorting, denken aan de mythe van Sisyphus, die volgens de wetten van het absurdisme oneindig een rotsblok een berg op moet tillen – wetende dat het gesteente bovenaan toch weer neer beneden rollen zal.

Bevrijding vinden ze pas als ze de verwoede pogingen tot ontsnappen opgeven – en in een intieme dans soms bijna vleugels lijken te krijgen. De twee dansers worden hier niet alleen intiem tot elkaar, maar ook ten opzichte van het publiek.

Kraai is een toegankelijke, esthetische etude geworden – die bovendien volledig is ingebed in de locatie waar hij zich afspeelt. Echt spannend wordt het als de dansers hun publiek recht aan kijken, en zodoende actief betrekken bij hun spel.

Het tweede deel is voor Lotte Rischen en Anne Fé de Boer, die hun Paradevoorstelling Wie niet weg is is gezien – geheimen van een horrortweeling hebben hernomen. Een voorstelling die Dick van Teylingen een jaar geleden al uitgebreid voor de Theaterkrant heeft besproken – waar ik u dan ook graag naar doorverwijs. Uiteraard is de voorstelling geëvalueerd en aangepast op dit festival en deze locatie. In deze Oerolversie gaat het dan ook niet over de angst voor poppen, maar duikt de vijandelijke tweeling uit het niets op in het bos. Ineens maakt de voorstelling aanspraak op een hele andere angst: die voor eeuwig ronddolende zielen, Blair Witch Project-achtige taferelen.

Ten slotte is het aan Nastaran Razawi Khorasani, met Play it back. Een meisje, met een backpack die bijna groter is dan zijzelf, ploft midden in het bos neer, en begint elementen toe te voegen. Een grasmat. Plastic konijntjes. Een vos. Op de voorgrond staat een handcameraatje op statief, op haar gericht. Play it back is een licht cynische sneer naar de maakbaarheid van alles. Niet voor niets inspireerde Khorasani haar voorstelling op de Intratuin. Niet op de natuur, maar op de gecreëerde natuur.

Khorasani neemt zichzelf flink op de hak, in aanstekelijke playback-scenes en dramatiek – in het voorbijgaan tersluiks lachend naar de camera. Haar punt is duidelijk: we zijn zo ver doorgeschoten in een samenleving die aan elkaar hangt van prestatie en uitsloverij, dat we voyeurs van onszelf zijn geworden. Ze giet dat punt in een komische, muzikale vorm die niet een beetje over de top gaat, maar volledig. Hoogtepunt is als ze halfnaakt, omringd door wind- en regenmachines op haar knieën Earth Song van Michael Jackson playbackt.

Khorasani heeft een goed gevoel voor humor, en legt engagement in haar werk. Haar humor is aanstekelijk, maar houdt de voorstelling ook wat vlak. Ik zou Khorasani wel eens willen zien voorbij het cynisme – waar ze echt kwetsbaar durft worden. Deze voorstelling doet vermoeden dat zij bevlogen thematieken in haar werk wilt behandelen, die ik niet wil missen.