Terug naar Toen – DeLaMar Producties

TerugnToenTjitskeFrederikLEOVANVELZEN-435x300

Foto: Leo van Velzen

Sterke cast trekt voorstelling uit de klucht
Gezien: 21 juni 2015, DeLaMar
★★★★☆

 

Na ruim twintig jaar keren acht mannen terug naar hun oude universiteit. Niets is veranderd, behalve zijzelf. Of althans; dat lijkt zo op het eerste gezicht. Gaandeweg blijken zij net zo balorig te zijn als vroeger – daar bokst leeftijd niet tegenop.

De voorstelling opent met de ontmoeting tussen staatssecretaris Heijmans (Peter Blok) en chirurg Bakker (Dick van den Toorn); elkaar uit het oog verloren studievrienden. In even oppervlakkig als hilarisch gekeuvel proberen ze de voorbije jaren snel te dichten – regelmatig onderbroken door huismeester Beckers (Hans Leendertse), die verantwoordelijk is voor het terrein.

De boel wordt op scherp gesteld als Rosalie (Tjitske Reidinga), de vrouw van de directeur van de universiteit, het campusterrein op komt fietsen. Net als vroeger brengt zij tegen wil en dank de hoofden van de mannen op hol – een eigenschap die zij door de jaren niet verloren is.

Kees Prins bewerkte deze voorstelling – een tekst van Michael Frayn die oorspronkelijk in 1976 in London in première ging. Prins heeft een scherpe pen, en kan iets wat maar weinig mensen kunnen: een flauwe grap precies vaak genoeg brengen dat hij toch leuk wordt. Daar wordt, bij dit toch wat kluchtachtige toneelstuk, dankbaar gebruik van gemaakt.

Want flauwheid ligt op de loer, bij deze nieuwe zomerkomedie van het DeLaMar. Het verhaal is dan ook maar magertjes: een aantal mannen vindt zichzelf volwassen terug op de universiteit, en blijkt nauwelijks veranderd. Dat zet te denken.

Regisseur Antoine Uitdehaag heeft een handjevol ijzersterke acteurs tot zijn beschikking – en buit dat volledig uit. Een titaan als Blok komt, met name in de tweede helft, helemaal tot zijn recht. Credo voor deze voorstelling: hoe gênanter het wordt, hoe beter. En gênant wordt het voor iedereen.

Reidinga houdt zich uitstekend staande tussen alle mannen. Ze buit haar positie als enige vrouw volledig uit in helder en gelaagd spel: het ene moment naïef en droogkomisch – dan weer fel en vurig. Ze neemt bovendien – in een uitgerekte scene waarin ze voornamelijk achter een deur verstopt zit – zichzelf flink op de hak.

Minstens zo interessant is Pieter Stips (René van ’t Hof), die als vreemde eend in de bijt de verhoudingen tussen de mannen flink op scherp zet. Hij is nieuw in de club, heeft nooit op het universiteitsgebouw gewoond. Dat wil hij nu inhalen, en daar slaat hij gedurende de voorstelling volledig in door. Hij excelleert in zijn uiterst ongemakkelijke eerste confrontatie met Rosalie – niet wetend wat hij met de situatie aan moet. Met gecontroleerd, fysiek sterk spel wist hij het premierepubliek zelfs tot een open doekje te verleiden.

Terug naar toen draait niet om het verhaal, maar om de scherpe schets van een ballerige generatie die aan elkaar hangt van gebakken lucht. Een generatie waarin dromen weliswaar verwezenlijkt zijn – maar opeens de vraag rijst of die dromen wel de juiste waren. Daarin overstijgt de voorstelling de klucht – en blijkt deze voorstelling bij lange na niet zo gedateerd te zijn als dat hij in eerste instantie aanvoelt.