Keizer van de kippen – ’t Woud Ensemble

tWoudEnsemble Keizer van de Kippen - © Saris & den Engelsman

Foto: Saris & den Engelsman

Fijne acteurs in een wat te belegen stuk beland
Gezien: 28 juni 2015, Huize Frankendael Amsterdam
★★★☆☆

 

Elke zomer maakt ’t Woud Ensemble een openluchtvoorstelling, die op bijzondere locaties door het land speelt. Vaak een Russische klassieker, ditmaal een komedie van de Duitse Friedrich Dürrenmatt. Mart-Jan Zegers bewerkte de tekst rigoureus. Hij schrapte maar liefst dertien van de zeventien personages.

Geen grote decors en technisch vernuft, maar klein en intiem – is het credo van het gezelschap. ’t Woud Ensemble speelt haar voorstellingen het liefst buiten. Deze komedie speelt zich af in de tuinen van het landhuis waar Romulus, de laatste keizer van het Romeinse Rijk, resideert.

Want met regeren houdt Romulus houdt zich allang niet meer bezig. Hij vond in de kippenhouderij zijn grote passie. Zijn vrouw, de keizerin, wil best regeren, maar volgt tegenwoordig toneellessen dus is ook druk uit Sophocles’ Antigone aan het repeteren. En dan is er nog de (overbezette en incontinente) kokkin, het enige lid van de hofhouding die nog niet de benen heeft genomen. Maar, zo wordt ons bij de proloog al duidelijk gemaakt, de wereldgeschiedenis leert ons dat het juist de koks zijn die verantwoordelijk zijn voor grote gebeurtenissen.

Het stuk vangt aan als de Germaanse veldheer Odoaker – veel sneller dan verwacht dus vooralsnog alleen – het landgoed betreedt om een aanslag op Romulus te beramen. Maar zodra hij van de kokkin (het was gezegd!) hoorde dat de keizer zich voornamelijk op het houden van kippen richt, een passie die de hij met de keizer deelt, besluit hij eerst eens poolshoogte te nemen.

Wat een fijne, helder spelende acteurs zijn hier aan het werk. Margien van Doesen, Flip Filz, Olaf Malmberg en Heike Wisse spelen vol overgave, zelfspot en bij vlagen ineens meeslepend. De intieme setting wordt volledig uitgebuit – met klein spel, stiekeme bondjes naar het publiek en veelbetekenende blikken als de grappen wat te flauw worden. Wisse speelt de rol van kokkin met toenemende ongemakkelijkheid en cynisme. Hoe lelijker ze durft te zijn, hoe mooier haar personage.

Zegers bewerkte het stuk tot een toegankelijk verhaal. Hier en daar heeft hij wat teveel haast gehad en worden ontwikkelingen wat afgeraffeld – en omdat andere delen zo uitgerekt worden ben je daar niet op berekend. Bovendien heeft hij zich uitgeleefd in woordgrappen: de één nog flauwer dan de ander. Hij is ook verantwoordelijk voor de eindregie dus wist ongetwijfeld dat zijn acteurs daar prima mee uit de voeten kunnen, en dat die waar nodig relativeren.

Het stuk, dat in zijn kern gaat over macht grijpen en verantwoordelijkheden nemen, biedt behoorlijk wat kansen om aan de actualiteit te raken – bijvoorbeeld met de huidige situatie rondom Griekenland. Maar aan dergelijk engagement lijkt ’t Woud Ensemble zich niet te willen wagen: het stuk blijft op afstand, het is een vermakelijke komedie maar niets meer dan dat.