Judas – Theatergroep Suburbia

Foto: Claudia Kamergorodski

Foto: Claudia Kamergorodski

Bevlogen Judas is slachtoffer noch zondebok
Gezien: 29 augustus 2015, De Groene Kathedraal Almere
★★★★☆

 

Onrustig loopt hij heen en weer. Rusteloos. Want in tweeduizend jaar is zijn naam verworden tot een symbool voor lafhartigheid en verraad. Maar de Judas die we vanavond te zien krijgen is niet laf, hij is geen verrader. Hij is iemand wiens daden een andere uitwerking hebben gehad dan hij voor ogen had. En hij – als enige – heeft de zonde op zich genomen.

In deze locatieproductie van Theatergroep Suburbia, krijgt apostel Judas ruim een uur lang het woord, in een sterke vertolking van Justus van Dillen. Lot Vekemans schreef de tekst al in 2006. De uitvoering is in ‘De Groene Kathedraal’, een landschapskunstwerk van bijna tweehonderd Italiaanse populieren in de vorm van de Kathedraal van Reims, in 1987 geplant aan de rand van Almere.

Het is niet eenvoudig om iemand die zo in het collectieve geheugen verweven zit, een nieuw gezicht te geven. Maar Vekemans wist daar goed raad mee. Ze maakt van Judas een uiterst menselijk personage, met ingehouden woede, ongemakkelijkheden, twijfel en verdriet. Iemand die rechtvaardiging zoekt, die zijn naam weer hardop wil uitspreken. De crux is: deze Judas leeft helemaal in deze tijd, hij voelt zich juist nu geroepen zijn verhaal te vertellen. Hij ontkent de voorbije tweeduizend jaar niet, integendeel, die hebben hem gevormd tot wat hij is.

Regisseur Albert Lubbers heeft terecht vertrouwd op de krachtige tekst van Vekemans en het aardse spel van Van Dillen. Dat is waar Judas het van moet hebben. De situering tussen de metershoge populieren, de statige kerkbanken als tribune en het decor van spiegels dat daarvoor geplaatst is, zijn mooi gevonden en geven de voorstelling een mystiek smaakje mee – maar ze worden overschaduwd door de virtuositeit van tekst en spel.

Van Dillen geeft zijn personage in toenemende mate een sluimerende noodzaak mee. Eerst is hij nog zenuwachtig en onzeker, bijvoorbeeld wanneer hij probeert zijn publiek met een grapje te verleiden. Maar gedurende de voorstelling vordert krijgt hij steeds meer bezieling. Over Jezus zegt hij halverwege: “Hij had iets lijdzaams, iets onbegrepens.” Maar met die woorden had hij zichzelf ook niet treffender kunnen omschrijven.

Actueel wordt het als hij het volk beschrijft dat oproept tot de kruisiging van Jezus, dat massaal de rug toekeert aan degene die het niet lang daarvoor nog bewonderde. “Hoe kon ik weten dat er zoveel haat was? Zoveel angst? Zoveel woede?” Hier wordt scherp getekend hoe collectieve angst omslaat in collectieve woede – en ineens speelt het verhaal zich niet per se meer tweeduizend jaar geleden af.

Vekemans schreef een pleidooi voor twijfel in plaats van geloof, en laat dat Judas’ drijfveer voor zijn daden zijn. Ze maakt van Judas slachtoffer noch zondebok: en juist dat maakt het moeiteloos identificeren – uiteraard goed geholpen door het bevlogen spel van Van Dillen.

Twijfel en verantwoordelijkheid zijn de kernwoorden van de queeste van dit personage. Terecht ontkomt het publiek er niet aan zich hiertoe te verhouden. “Wat zou jij doen?” vraagt Judas meermaals. En twijfelen mag – in godsnaam. Maar als je iets doet, ga er dan ook voor staan.