Anneke Jansen: ‘In het begin van Fringe zat je alles bij elkaar te hasselen’

Van schouwburgfoyer tot grachtenkelder – Fringe is een ongepolijste ontdekkingstocht door de stad

Gelijktijdig met het Nederlands Theater Festival, waar bekroonde voorstellingen uit het afgelopen seizoen centraal staan, raast voor de tiende keer het Amsterdam Fringe Festival door de Amsterdamse straten. Jonge makers, experimentele vormen, spannende locaties – in Fringe staat de verrassing centraal.

Het is de laatste editie van oprichter en artistiek leider Anneke Jansen. “Tien jaar geleden zijn we letterlijk op de toiletten van de stadsschouwburg begonnen. Het was iets totaal nieuws. Mensen kenden het woord fringe niet: het werd fridge genoemd, of wringen.”

Vanaf het eerste jaar wilde ze dat Fringe meer was dan alleen een speelplek. Spelen op het festival moest onderdeel uitmaken van een groter ontwikkelingstraject van de makers. “Het hele fenomeen cultureel ondernemerschap was de eerste jaren echt not done. Maar wij zijn vanaf het begin al begonnen met workshops waarin makers leerden zichzelf te verkopen, zakelijk te worden. Dat was toen nog heel erg ongewoon. Na de bezuinigingen kwam daar natuurlijk een switch in.”

“In het begin bouw je echt een merk op. We hadden nauwelijks vrijwilligers, nauwelijks een infrastructuur, je zit alles bij elkaar te hasselen.” Inmiddels in het festival uitgegroeid van een underground-achtige randprogrammering van het Theater Festival, tot een substantieel ander geluid, waar makers werk presenteren dat anders nooit een publiek zou bereiken.

“Je merkt dat makers het festival steeds meer zien als een belangrijk platform om nieuw werk te laten zien. Want dat is natuurlijk steeds moeilijker. De productiehuizen zijn grotendeels gesloten en theaters programmeren minder risicovol. Dan is het heel lastig om er tussen te komen.”

Fringe is een ontdekkingstocht, een ongepolijst aanbod van de meest uiteenlopende theatershows. Een ontdekkingstocht die bovendien voor een groot deel buiten de theaterzaal is te beleven.

Bijvoorbeeld in beddenzaak COCO-MAT op de Overtoom, waar Patchwork Theatre in één uur tijd alle vierentwintig boeken van Homerus’ Odyssee bij elkaar improviseert. Uit een grabbelzak kiest het publiek steeds de voorwaarde van de scene: bijvoorbeeld dat elke zin niet langer dan één woord mag zijn, of dat er alleen gepraat mag worden als de tegenspeler beweegt. Tussen bedden en ander slaapkamermeubilair levert dat wat houterige theaterscenes op, maar de liefhebber van theatersport weet die ongetwijfeld te waarderen.

Barrera - Q&A

Barrera – Q&A

Van beddenzaak moeiteloos door naar een vochtige kelder van een 19e-eeuws grachtenpand (hoe underground wil je het hebben?), waar de vergane glorie-clowns van Q&A hun treurige verhaal Barrera vertellen. Dat doen ze woordeloos, zoals het clowns betaamt, met sterk fysiek spel en breed uitgemeten mimieken – met drank en tranen enerzijds, confetti en ballonnen anderzijds. In improvisatie blinken ze uit: bijvoorbeeld als ze hun publiek vanuit de Kloveniersburgwal hun voorstelling in proberen te krijgen.

Bij Bouman&Henkel maken vrienden hangen de slingers ook uit. Ditmaal in een achteraf-lokaaltje van het Volkshotel aan de Wibautstraat, alwaar de stoelen in een kring zijn gezet en de naamstickers al klaarliggen. Het is een interactieve montage over vriendschap, dan weer in hoogst persoonlijke monologen, dan weer op het flauwe, clichématige af. Hun uitbeelding van mannenvriendschap – een dialoog die niet verder komt dan verwijzingen naar bier en seks – staat in schril contrast met de vrolijke oorspronkelijkheid die de voorstelling bij vlagen ook kent.

Klapvee - Inge Wannet & Als De Beren Komen

Klapvee – Inge Wannet & Als De Beren Komen

Klapvee van Inge Wannet en Als De Beren Komen speelt zich weer een stuk dichter bij het theater af: namelijk in de foyer van de stadsschouwburg, waar het publiek van het prestigieuze Theater Festival, vlak voor aanvang van een voorstelling, als figurant fungeert. Samen met acteur Alex van Bergen, die ons via koptelefoons toespreekt, worden ze uitgebreid bekeken – en wij op onze beurt door hen. Ondertussen voltrekt zich een intiem liefdesverhaal met verrassend veel oog voor detail. Een integere ode aan het theater, en vooral aan haar vaak buitenissige publiek.

Voorstellingen op Fringe worden geselecteerd op potentiele kwaliteit, niet op de bewezen kwaliteit. Fringe doet wat Jansen voor ogen heeft: het schiet alle kanten op. “Het is een festival dat echt door de makers gedragen wordt. Het is van de artiesten. We hebben een hele eigen stijl, en ook een hele andere doelgroep dan het Theater Festival. Het is laagdrempeliger. Veel mensen die naar Fringe komen zijn niet per se theaterpubliek. Wat makers presenteren kan heel goed zijn of heel slecht: en dat is het leuke van Fringe.”