Eline Vere – Hummelinck Stuurman Theaterbureau

Foto: Ben van Duin

Foto: Ben van Duin

Hanne Arendzen maakt indruk als rusteloze Eline Vere
Gezien: 26 september 2015, Koninklijke Schouwburg Den Haag
★★★☆☆

 

Regisseur Ger Thijs heeft een sterke cast bij elkaar gekregen voor zijn bewerking van Louis Couperus’ roman. Hij toert net als Ivo van Hove, die in september bij Toneelgroep Amsterdam met De Stille Kracht in première ging, nu ook met een Couperus-bewerking langs de Nederlandse theaters. In het sterke acteursensemble valt al snel de jonge Hanne Arendzen op: als een heuse toneelcoryfee begeeft ze zich tussen titanen als Nettie Blanken en Vincent Croiset.

Couperus voltooide zijn debuutroman Eline Vere in 1888. Het vertelt over de jonge Eline, die opgroeit binnen de welstandskringen van het rijke Den Haag van die tijd. Ze vindt echter geen rust in het burgerlijk welzijnsleven aldaar. Verward en rusteloos verbreekt ze haar verloving en de banden met haar zus en zwager, en gaat met haar excentrieke tante uit Brussel mee op reis naar Zuid-Europa. Die omzwervingen bekoelen haar onrust echter niet, en verwarder dan ooit keert ze uiteindelijk toch weer terug naar de gegoede burgerij van haar geboortestad.

Het toneelbeeld is eenvoudig: een panelendecor waarop een muur vol ornamenten de Haagse welstand verbeeldt, met daarvoor zo nu en dan wat stoelen. Thijs koos er regelmatig voor de panelen het toneel af te rollen en de scenes op een lege vloer te laten plaatsvinden. Dat loont: de focus gaat naar de sterke dialoog en de bloemrijke taal.

Croiset en Blanken spelen een dankbaar potje toneel: smeuïg en op het randje van karikaturaal. Ze genieten zichtbaar, en laten het publiek vervolgens daar weer volop van genieten. Croiset speelt een uitgelaten bon vivant waarachter steeds meer droefenis en verdriet te vermoeden valt. Als tante Elize is Blanken op haar sterkst tussen de regels door: met haar uitgestreken mimieken richting zaal, als haar nichtje het weer op haar heupen krijgt. Haar personage is nors, cynisch, droogkomisch – maar daarin steeds ook ontzettend liefdevol.

Arendzen speelt de titelrol helder en vol emotie – zonder daarbij in melodrama te vervallen. Integendeel: ze valt niet voor de verleiding maar durft lange tijd ook met beheerst en klein spel de diepgang te zoeken, met kans zich te laten wegcijferen door het uitbundig spel van haar tegenspelers. Dat gebeurt niet. Haar gekte sluimert en sluipt, en neemt uiteindelijk subtiel de overhand. Haar eindmonoloog, een grillige opsomming van fragmentarische smeekbedes aan al haar voorbije liefdes en escapades, maakt vervolgens een diepe indruk.

Een minder dankbare rol is weggelegd voor Marc Klein Essink. Hij mag zich in de tweede helft twee keer kort op toneel melden. Onverdienstelijk speelt hij niet, maar iets verzetten doet hij evenmin. Hij speelt zijn rol zoals die geschreven is: functioneel voor het verhaal, maar niets meer dan dat.

De bewerking van Thijs (die eerder al een flink aantal meer literaire klassiekers voor toneel herschreef) is wat gejaagd. De ontwikkelen volgen elkaar plichtsgetrouw op – de Haagse opera, de Spaanse feesten, de nacht met de Amerikaan – maar alles gaat even snel voorbij als dat het kwam. Het verklaart misschien Eline Vere’s rusteloosheid, maar is op duur ook voor het publiek wat aan de eentonige kant.

Een versie van deze tekst wordt op 22 oktober 2015 gepubliceerd in Het Parool. Op deze recensie ligt auteursrecht. Overname, in welke vorm dan ook, is zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur niet toegestaan.