Richard III – Toneelgroep Oostpool

Foto: Sanne Peper

Foto: Sanne Peper

Joeri Vos brengt een schreeuwerige, drammerige Shakespeare
Gezien: 29 september 2015, Theaters Tilburg
★★☆☆☆

Wat bij binnenkomst meteen opvalt is de bedrijvigheid op het podium: tegen een meerprijs is het mogelijk om voorafgaand aan de voorstelling aan lange tafels op het podium een maaltijd te nuttigen, die geïnspireerd is op de Engelse Hofkeuken uit de tijd van Shakespeare. Voor de voorstelling zelf blijkt deze situering verder volstrekt geen meerwaarde te hebben; halverwege de eerste helft wordt het handjevol mensen dan ook maar gauw verplaatst naar de zijkant van het toneel, alwaar ze vanaf een kleine tribune deze voorstelling verder kunnen bekijken.

Voor zijn tweede grotezaalproductie bewerkte en regisseerde Joeri Vos Richard III van Shakespeare. Richard III (Roland Haufe) opent de voorstelling met een frisse monoloog, gezeten aan één van de tafels waar de dinergasten nog aan een wijntje zitten. Hij is ontspannen, innemend en amusant als hij zijn publiek voorbereidt op wat gaat komen. We krijgen niet alleen de harde feiten, benadrukt hij. Hij weet wat wij willen: wij willen hem stap voor stap zien ondergaan, wij willen de ellende uitgesmeerd zien over een hele avond. Dat gezegd hebbende, kunnen we beginnen.

Van dergelijke heldere scenes komt daarna niet veel meer terecht. Vos voert, tussen al het publiek op het podium, in rap tempo personages op: zonder introductie, zonder exposé. Er wordt gepraat, gelachen en gevloekt, maar de inhoud van de scene gaat verloren in de chaos. Die chaos wordt verder doorgevoerd naarmate het stuk vordert – Vos brengt een veel te uiteenlopende keur aan regiekeuzes aan, en verliest daarmee elke diepgang.

Toegegeven, Haufe speelt zijn rol knap: vooral als goedlachse maar slinkse huichelaar; zijn kwade Richard is mij wat te schreeuwerig. Maar zodra hij zijn verleidkunsten in de strijd gooit, bijvoorbeeld bij Anne (de weduwe van Prins Edward, die Richard al snel om zeep hielp), is er een acteur aan het werk die gecontroleerd en subtiel aanspraak maakt op verschillende registers.

Maar helaas krijgen zijn tweeëntwintig (!) tegenpersonages (verdeeld over tien acteurs) bij elkaar nog minder aandacht dan Richard alleen. Ze komen op, declameren plichtsgetrouw hun teksten, maar komen nergens tot leven. En dan blijkt alleen Haufe niet genoeg om deze voorstelling overeind te houden.

Vervolgens is er nog de live muziek: mooi gecomponeerd door Bastiaan Woltjer, maar ook (nóg) een krachtig element dat de focus van de scene houdt. En we hadden al het publiek op het podium, de terzijdes die Haufe heeft met het publiek, de wirwar aan dubbelrollende personages. Vos lijkt er veel aan gelegen ons uit de dramatische situaties te houden.

De voorstelling eindigt met een veel te lang voortdurende psychedelische koortsdroom, afgewisseld met opdringerig geschreeuw naar het publiek. Nee, dit is geen grote zaal bespelen, dit is drammerig, eendimensionaal theater.

Een versie van deze tekst wordt op 9 oktober 2015 gepubliceerd in Het Parool. Op deze recensie ligt auteursrecht. Overname, in welke vorm dan ook, is zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur niet toegestaan.