Sneeuwwitje – Noord Nederlands Toneel / Club Guy & Roni

Foto: Reyer Boxem

Foto: Reyer Boxem

Zwartgallig Sneeuwwitje
Gezien: 1 oktober 2015, Stadsschouwburg Groningen
★★★★☆

Een uitgerekte koortsdroom, een kronkelende hallucinatie. Niet bepaald waar je aan denkt bij Sneeuwwitje. Dat Walt Disney ons de sprookjes zoeter voorschotelde dan de oorspronkelijke overlevering is nagenoeg bekend, maar deze adaptatie gaat nog een stapje verder. Sneeuwwitje van het Noord Nederlands Toneel en Club Guy & Roni is een fascinerend avontuur waarin taal, theater en dans voortdurend met elkaar aan de haal gaan.

Sneeuwwitje wordt gespeeld door Charlie Chan Dagelet; die met grote ogen de boze buitenwereld wilt ontdekken. Die boze buitenwereld is er één van hardwerkende, smerige, vloekende, zuipende, schreeuwende en neurotische dwergen.

Maar de andere optie is ook geen pretje. Een ommuurd bestaan met haar tegen wil en dank wegkwijnende stiefmoeder (een onnavolgbare Tamar van den Dop), die krampachtig haar aftakeling tracht te ontkennen; zonder resultaat. ‘Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is de geilste van het land?’

Ko van den Bosch bewerkte eerder in 2010 Alice in Wonderland voor het NNT; hij heeft de smaak te pakken. Hij is meester van vuige poëzie, hij schrijft beeldend en laat zijn associaties graag de vrije loop gaan. Wat hij niet kan gebruiken gooit hij schaamteloos overboord. Verwacht dus geen prins op het witte paard die de boel tot een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’ komt kussen. Die is er in het echte leven ook niet. Hetzelfde geldt voor een helder plot of een grijpbare causaliteit.

De choreografieën van Roni Haver spelen naadloos op die rijke, associatieve teksten in. De personages dwepen met taal en slepen met hun lichamen; als ze smijten met woorden gooien ze ook zichzelf op de grond. Met name de vervreemdende bewegingssequenties dwars door de dialogen maken indruk: bijvoorbeeld de hilarisch absurde scene waarin de stiefmoeder de opdracht aan de jager (Igor Podsiadly) geeft Sneeuwwitje een kopje kleiner te maken – waarin de jager als een hersenschim voortdurend verdwijnt en weer opdoemt.

Van den Dop excelleert als rookverslaafde en wodka drinkende stiefmoeder. Ze is het vleesgeworden narcisme, niet in staat toe te geven dat ze ook maar iets van haar schoonheid inleveren moet – zodoende ook niet in staat haar mooie stiefkind lief te hebben. Qua taal en fysiek wordt ze met de scene lelijker; Van den Dop zeult zichzelf heen en weer over het podium, ze spuugt, slist en sist haar zinnen de zaal in. Maar wat is ze schrijnend, wat is ze meelijwekkend.

Dagelet speelt haar titelrol met een vurige zelfverzekerdheid: de chaos om haar heen lijkt haar niet te deren. Danser Podsiadly is ongrijpbaar als ronddolende jager.

De sluimerende soundscape van Tony Roe en het toneelbeeld van Ascon de Nijs doen volop mee aan het feest van onheilspellende verwarring en plotselinge schoonheid. Dit is een sprookje dat zeker niet altijd even goed te duiden is, het publiek moet hard werken om uit de veelheid en vaagheid iets zinnigs te halen, maar erg is dat niet als elke seconde, elke beweging, elk woord intrigeert. Want je krijgt er wat voor terug: Sneeuwwitje op z’n zwartgalligst.