De Tweeling – Stage Entertainment

Foto: Roy Beusker

Foto: Roy Beusker

Verschillende artistieke elementen komen niet samen
Gezien: 11 oktober 2015, DeLaMar
★★☆☆☆

 

Voor de musicalbewerking van De Tweeling hadden regisseur Ruut Weissman en zijn artistieke team geen gemakkelijke klus. De roman van Tessa de Loo is complex en ingetogen, en legt uitgebreid maar subtiel een diepgewortelde pijn en ondoorgrondelijke bloedband bloot. Deze musical blijft door zijn uitleggerig karakter vooral vlak.

Schrijvers Kees Prins en Frank Ketelaar hebben flink moeten comprimeren. De tweeling ontmoet elkaar dan ook niet op bejaarde leeftijd in een Belgisch kuuroord, in deze musical komt Anna vlak na de bevrijding naar Nederland om haar zusje Lotte op te zoeken. Maar door haar vroegere banden met nazi-Duitsland wordt ze bij de grens direct opgepakt. Alleen als Lotte erkent dat ze haar zusje is, is er een kans dat Anna weer wordt vrijgelaten.

Prins en Ketelaar hebben daarmee een praktisch probleem – waar vind je een tweetal bejaarde actrices dat, na tweeëneenhalve maand DeLaMar, ook nog eens een half jaar het land door wilt trekken? – slim in de kiem gesmoord. Het geeft de voorstelling meer jeugdigheid en doet bovendien hoop gloren op een lang en alsnog gelukkig leven. Die vrijheid omwille van theatraliteit en dynamiek hadden ze vaker mogen nemen.

Maar binnen deze aangepaste raamvertelling wordt het verhaal van Anna en Lotte er nu vooral rap doorheen gejaagd. De nadruk ligt voornamelijk op het voorstuwen van de anekdote, zonder dat er veel ruimte is ingebouwd om de emoties te laten indalen. Gehaast schiet het heen en weer: niet alleen tussen de zussen in Nederland en Duitsland, maar ook tussen het verleden en het heden. Zeker als elke scene een ander toneelbeeld heeft, wordt dat al snel onrustig om naar te kijken. Er wordt volop heen en weer geschoven met meubilair en videoschermen, terwijl de scenes al dat afleidende, expliciete decor echt niet nodig hebben.

Ilse DeLange en JB Meijers schreven prettige muziek die gelukkig nergens te uitbundig wordt. Echt ruimte voor opvallend solowerk zit er niet bij; het is voornamelijk aangename samenzang. Maar problematischer zijn de liedteksten. Binnen het verhaal hebben ze volstrekt geen toegevoegde waarde. Ze hebben geen anekdotische of reflectieve meerwaarde, en zijn wat dat betreft hetzelfde als het decor: illustratief, expliciet en veel te vaak ten overvloede.

Daar tegenover leveren Rosa da Silva (Lotte) en Hanna van Vliet (Anna) mooi spel af: Van Vliet speelt haar rol als boerendochter met een aanstekelijke, jongensachtige onstuimigheid. Da Silva plaatst daar een wat bekakte maar zoekende tegenpool tegenover.

En dan gaat het op sommige momenten leven, bijvoorbeeld in het nummer Liefde eerst, waarin we beide zusjes in een spiegelende choreografie op het podium zien: de één maakt haar man op om te vechten aan het front, de ander steekt de hare in een trouwsmoking. Twee verhalen die werelden van elkaar verschillen, maar toch dezelfde, droeve afloop kennen. Waarin muziek, choreografie en thematiek op een oorspronkelijke manier op elkaar ingrijpen. Hier weet Weissman de verschillende artistieke componenten in een strakke regie aan elkaar te verbinden. Het is een schaars hoogtepunt, in een wisselende voorstelling die vooral uit losse elementen bestaat.