Parimaribo-Texel – Rudolphi Producties / Jette Derlagen

Foto: Ben van Duin

Foto: Ben van Duin

Er valt een hoop te lachen, maar niet veel meer dan dat
Gezien: 13 november 2015, Toneelschuur
★★☆☆☆

 

Voor de herpremière van deze voorstelling verruilden de twee actrices het weidse uitzicht over wad en zee voor de theaterzaal. Parimaribo-Texel was afgelopen jaar één van de publiekslievelingen van Oerol, het Terschellinger locatietheaterfestival. Maar leent het zich ook voor de focus en concentratie die de theaterzaal met zich meebrengt?

In deze regie van Jette Derlagen worden twee levens aan elkaar gespiegeld. De stugge, nuchtere Texelse (Leny Breederveld) verlaat na het overlijden van haar man voor het eerst haar geboorte-eiland om een rondreis door Suriname te maken. Daar tegenover reist een uitbundige Surinaamse vrouw (Helen Kamperveen) met haar vier dochtertjes haar man achterna naar een klein flatje in de Kinkerstraat.

Beiden voelen zich net zo verloren op de plek die ze achterlieten, als in het onbekende land waar ze belanden. Allebei komen ze erachter dat acceptatie met de tijd komt, en dat geluk en gemis best naast elkaar kunnen bestaan.

Breederveld en Kamperveen spelen hun (deels autobiografische) rollen karikaturaal en op de lach. Momenten van ontroering – bijvoorbeeld de scene waarin Kamperveen haar aankomst in Amsterdam-West beschrijft – zijn schaars en worden direct overschreeuwt door de volgende scene.

Het tempo ligt steeds onverminderd hoog: korte, cabareteske scenes, hier en daar afgewisseld met een liedje of dansje. Daar tegenover kent de volstrekt overbodige eindscene ineens een haast potsierlijke sentimentaliteit. Lagen tot dat moment de pretenties gewoon laag, daar wordt het pretentieus.

Het contrast tussen nuchter en uitbundig, bedachtzaam en impulsief, Texel en Parimaribo is goed voor een hoop hilariteit, maar een herneming in de theaterzaal vraagt toch om een veelzijdiger, uitgebalanceerder portret.