Sophie (een leven in 12 scènes) · DeLaMar Producties

Foto: Leo van Velzen

Foto: Leo van Velzen

Een algemeen portret van een doorsnee-leven
Gezien: 15 november 2015, Theater DeLaMar (Amsterdam)
★★☆☆☆

In twaalf korte scenes geeft deze voorstelling een heel leven weer: qua structuur doet dat sterk denken aan de film Boyhood. In een krappe twee uur zien we twaalf momenten die het personage vormen van klein meisje tot oude, hoogbejaarde vrouw. Tjitske Reidinga speelt haar, van acht en tot zevenentachtig jaar oud. De tekst komt van Roos Ouwehand, die hiermee debuteert als toneelschrijver.

Alle twaalf scenes spelen zich af in dezelfde kamer: de spaarzaam ingerichte slaapkamer van Sophie, in het huis waar ze is geboren en waar ze na het overlijden van haar moeder weer komt te wonen. Changementen zijn er nauwelijks, hooguit verschuift er eens een bed of komt er een kast bij. De metamorfoses van Reidinga tussen de scenes door zijn gewoon zichtbaar. De regie van Antoine Uitdehaag heeft al met al niet teveel fratsen, en dat is prettig.

Problematischer is de toneeltekst, waar een hoop aan schort. Ouwehand lijkt zich te concentreren op algemene lijnen en grote gevoelens – wellicht om het voor iedereen herkenbaar te maken. Maar dat gaat ten koste van specifieke, kenmerkende details die een mensenleven (ieders mensenleven) juist de moeite van het vertellen waard maken. De jeugdliefde die ze later weer terugvindt, het puberale afzetten tegen haar ouders, de stress als jonge moeder; de perikelen van dit personage zijn even inwisselbaar als de afstandelijke slaapkamer. Een doorsnee-vrouw in een doorsnee-leven, met doorsnee-tegenslagen en doorsnee-geluk – benieuwd wie zich daarin nog herkent.

Daarbij is er nog een fundamenteel probleem met dit hoofdpersonage: ze heeft, in de scenes die we van haar te zien kijken, geen streven. Er overkomt haar weliswaar van alles: haar vader verlaat het gezin, ze krijgt twee kinderen, haar moeder komt te overlijden – maar zelf onderneemt ze niets. Daarmee gooit Ouwehand één van de basisbeginselen van het dramaschrijven overboord: de protagonist moet een doel hebben. Zonder streven, geen spanningsboog. En precies dat geldt voor deze voorstelling: hij trekt aan ons voorbij als een fotoalbum van iemand die we niet kennen – binnen grote, algemene lijnen worden we heus weleens geraakt, maar de echte Sophie leren we niet kennen. Ze is een ondubbelzinnige, tragische antiheld in een standaardslaapkamer.

Bovendien staat de vorm van de voorstelling de spanningsboog ook in de weg. Door de grote tijdsprongen moet er steeds een hoop aan het publiek duidelijk gemaakt worden, wat de dialogen vaak uitleggerig en een tikje ongeloofwaardig maakt.

Tegenover Reidinga zijn er zeven andere acteurs die invulling geven aan Sophie’s leven. Daarin is met name een mooie rol weggelegd voor Ria Eimers, die als zorgzame, vechtende moeder koen het hoofd biedt aan een leven vol tegenslagen.

Reidinga zelf geeft haar personage een fijne hang naar meeslependheid mee, die zich in elke fase in haar leven anders manifesteert. Dat doet ze mooi en gebalanceerd. Alle ontwikkelingen in het leven ten spijt, hoe jong of hoe oud je ook bent, uiteindelijk blijf je toch altijd dezelfde. Het kind met de grotemensenzorgen heeft dezelfde mimiek als de volwassene met kinderlijk plezier. Deze nostalgie-komedie laat je daar nog eventjes weemoedig wat over natobben.