Oeroeg – Bos Theaterproducties & Matzer Theaterproducties

Foto: Karin Jonkers

Foto: Karin Jonkers

Spannende dialoog tussen taal en muziek
Gezien: 19 november 2015, Leidse Schouwburg
★★★☆☆

 

Oeroeg was mijn vriend aldus de alom bekende openingszin van het literaire debuut van Hella S. Haasse. Beknopt en helder, en pijnlijk scherp geformuleerd in de verleden tijd. Ze schreef een verhaal over ontworteling en verandering, en iemand die dat niet onder ogen ziet. Zaken die, zo blijkt, nooit aan actualiteit inboeten.

Leopold Witte staat op het lege voortoneel, rug naar de zaal. Daarachter Helge Slikker, naast een rij gitaren. In een kleine anderhalf uur vertellen ze het verhaal van de Hollandse jongen in Nederlands-Indië, die herinneringen ophaalt aan zijn vriendschap met de inlandse Oeroeg. Van de onbezorgde kinderjaren waar hij en Oeroeg onafscheidelijk samen in de plantages speelden, tot het langzaam – maar veel te snel – volwassen worden, niet in staat de hechte band te behouden.

De rollen zijn duidelijk verdeeld. Slikker verzorgt met name de muziek, Witte de anekdote. Haasses schrijfstijl is bijzonder sensitief en beeldend. In korte, krachtige zinnen weet ze omgevingen te beschrijven die je levendig voor je ziet.

Witte vertelt vanuit de ik-persoon, waarbij Slikker hem zo nu en dan interrumpeert met frases van één van de andere personen waar het hoofdpersoon mee te maken krijgt. Dat is voornamelijk Oeroeg. De teksten zijn door bewerker Madeleine Matzer vaak letterlijk van Haasse overgenomen. Witte heeft als verteller met afstand de meeste tekst, en hij valt op met zijn rustige, heldere adaptatie. Hij speelt de tekst niet uit, hij speelt dat hij de verteller van die tekst is.

En dat heeft voor- en nadelen. Het legt focus op het literaire gehalte en is daarmee heerlijk om naar te luisteren. Je kan bijna je ogen dicht doen; taal en muziek doen al het werk. Maar tegelijkertijd is dat ook een bezwaar. Die keuze zorgt namelijk voor een cadans in de voorstelling die nauwelijks verandert. Het is soms iets te veel vertelling, iets te weinig een theatervoorstelling.

Het is altijd een lastige zoektocht bij het maken van een dergelijke literaire theatervoorstelling: in hoeverre wil je loskomen van de brontekst? Een regisseur zal zich vaak in tweestrijd voelen: trouw willen blijven aan boek maar ook een eigen voorstelling maken, een nieuw product dat autonoom kwalitatief is.

Maar regisseur Michiel de Regt heeft een fijn handelskenmerk: zijn muzikaliteit. Hij verweeft de veelzijdige, soms raadselachtige composities van Slikker met de helderheid van Haasse.

Die dialoog tussen taal een muziek leidt tot een prachtig hoogtepunt als het hoofdpersoon, vlak voordat hij naar Delft vertrekt, nog één gesprek met Oeroeg heeft. Als hij beseft dat zijn vroegere jeugdvriend hem alleen nog ziet als ‘Nederland’, als koloniaal systeem, onderdrukker, volgt een indrukwekkend spannende, muzikale compositie. Verwarring die aan het wanhopige grenst, nu eens niet via de helderde, rationale taal maar via de ondoorgrondelijkheid van muziek, via het hart.