Hein van der Heijden en Vincent van der Valk: ‘Acteurs gaan altijd moeilijkheden uit de weg’

In 1997 ging Een soort Hades van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén bij Toneelgroep Amsterdam in wereldpremière. Nu waagt de jonge regisseur Thibaud Delpeut zich aan de tekst – bij zijn eigen gezelschap Theater Utrecht.

Hein van der Heijden speelde in 1997 het personage dat Vincent van der Valk nu speelt. Hoe verandert de interpretatie van een rol in bijna twintig jaar?

De voorstelling speelt zich af in de kamers en gangen van een psychiatrische instelling, waar patiënten, bezoekers en verplegers in een vacuüm van tijd en ruimte door elkeen heen dolen. Een beklemmende verzameling verstotenen van de maatschappij.

Anderhalve week geleden stond in de repetitieruimte van het rustieke theater De Paardenkathedraal, de oude manege aan de rand van het centrum van Utrecht, waar het gezelschap van Delpeut huisvest, het decor al deels opgebouwd. Ook de publieksopstelling stond al als zodanig: aan drie zijden van de speelvloer. Een deel van het publiek zit straks dus in de coulissen. Zichtbaar en weggestopt tegelijk, net zoals de personages in dit stuk.

Langzaam druppelen twaalf acteurs binnen. Dat zijn er weliswaar minder dan de dertig acteurs die TA destijds voor handen had, maar het is niettemin een imposant geheel. Ze spelen een potje tafeltennis, spreken een eerdere scene door of lezen hun tekst nog na.

Op de vloer onder andere Hein van der Heijden en Vincent van der Valk. Voor hen geldt een bijzondere band. Van der Heijden speelde bij TA het personage dat Van der Valk nu speelt.

Ulf, heet hij.

Van der Valk: ‘Ulf is een echte beursjongen, een makelaar in koersen en onwaarschijnlijk rijk als hij ten tonele verschijnt. Maar naarmate de voorstelling vordert blijkt hij aids te hebben. Dat is steeds meer aan zijn lijf gaan vreten en omdat hij manisch-depressief is, zit hij in deze inrichting.’

Van der Heijden: ‘Toen we het stuk in de negentiger jaren bij TA speelden was die aidsproblematiek heel actueel. Er gingen gewoon veel mensen aan dood, er was echt angst voor. Ulf werd het symbool voor die angst. En bovendien stond hij symbool voor de yuppen, de young urban professionals, met hun decadente levensstijl.’

Van der Valk: ‘Het feit dat zo’n rijke, grenzeloze business-guy door die ziekte getroffen werd, zou je als een morele straf kunnen zien. Maar in deze interpretatie ligt veel meer nadruk op het feit dat hij een innovator is. Iemand die uit idealisme een nieuwe, grenzeloze wereld heeft geschapen en vervolgens moet aanvaarden dat ook hij, deze god, maar een mens is.’

Van der Heijden: ‘Ik heb destijds heel erg geworsteld om Ulf goed te pakken. Totdat ik me uiteindelijk realiseerde dat het maar één ding was: het leven is goed, er zijn geen grenzen, the sky is the limit. In zijn manische periode leeft hij in een soort totale euforie.’

Van der Valk: ‘We zijn nu die euforie veel minder aan het benadrukken. In plaats van dat te accentueren zijn we op zoek gegaan naar wat er onder dat manische ligt: een wezenlijke, totale angst. Want die euforie is het wegpraten van een essentieel probleem, namelijk: ik ga dood.’

Regisseur Thibaud Delpeut werd twee jaar geleden aangesteld als artistiek directeur van het stadsgezelschap (dat toen nog De Utrechtse Spelen heette). Daarbinnen werkte hij al twee keer eerder samen met Van der Heijden.

Van der Heijden: ‘Meer dan eerder profileert hij zich als acteursregisseur. En dat moet ook omdat al die personages zo specifiek zijn. De psychologiën zijn heel erg belangrijk en daar blijkt nu ook heel erg zijn kwaliteit te liggen.’

Van der Valk: ‘Thibaud is heel druk bezig om deze voorstelling tot een geheel te maken. Omdat het stuk geen Aristotelisch handelingsverloop kent moet je als regisseur een strakke hand hanteren. Je werkt dan bijna zoals met muziek.’

Tijdens de repetitie loopt hij voortdurend heen en weer tussen de verschillende scenes die op de vloer gaande zijn, en probeert hij ondertussen het grote geheel tot een ritmisch verloop te componeren. Zoekend en vastberaden tegelijk geeft hij vorm aan de tekst.

Van der Valk: ‘Het is voor mij de afgelopen weken steeds begrijpelijker geworden waarom het stuk Een soort Hades heet. We zitten weliswaar in een inrichting, maar het is niet zo dat we een realistische weergave daarvan neerzetten. Er lopen werkelijkheden en tijden door elkaar heen. En dat is een spannende zoektocht, waar Thibaud zich heel erg in aan het verdiepen is.’

Van der Heijden: ‘Hij kan ook heel directief en normatief zijn. Acteurs gaan altijd moeilijkheden uit de weg. En een regisseur moet dan zeggen: nee, je moet daar naartoe, dat is eng maar dat moet je wel doen. En dat geldt in dit stuk in hoge mate. Je moet de confrontatie met jezelf aandurven. Maar we hebben een goede club mensen bij elkaar, dus tot nu toe ben ik nog niet in paniek.’

http://www.theaterutrecht.nl/voorstellingen/een-soort-hades