Caligula – Toneelhuis

Foto: Kurt van der Elst

Foto: Kurt van der Elst

Geen passie zonder een beetje wreedheid
Gezien: 1 december 2015, Koninklijke Schouwburg Den Haag
★★★★☆

 

‘Je bent altijd vrij ten koste van iemand anders. Dat is vervelend, maar dat is normaal,’ beweert Caligula halverwege het stuk. En: ‘Geen ware passie, zonder een beetje wreedheid.’ Gezien de recente aanslagen in Parijs en de daaropvolgende terreurdreiging in onder andere Brussel, is deze enscenering van het Toneelhuis uit Vlaanderen actueler dan regisseur Guy Cassiers ongetwijfeld bedoeld heeft.

Albert Camus rondde zijn eerste versie van Caligula in 1938 af, maar herschreef deze gedurende de Tweede Wereldoorlog, voordat hij in 1944 voor het eerst gespeeld werd. De jaren van tirannie hebben absoluut hun weerslag op de personages gevonden.

Caligula, Romeinse Keizer tussen 37 en 41 na Christus, ontpopt zich na de dood van zijn geliefde (en zuster) Drusilla tot een radicaal en wreed leider. Hij kwalificeert alle waarden als pervers en onwaar, en meent dat goed en kwaad uiteindelijk op hetzelfde neer komen. De mensen die hem omringen vindt hij huichelachtig en inconsequent – of onbelangrijk. Als uitoefening van de enige onbeperkte vrijheid voert hij een terreurbewind van vernedering en moord in.

Om Caligula heen vinden we zijn minnares Caesonia, de dichter Scipio, de vrijgelaten slaaf Helicon en de dichter Cherea; ooit een hechte vriendengroep, maar sinds Caligula’s terreurbewind radicaal van mening verdeeld. Zij bevragen elk op hun manier Caligula’s handelen. De titelrol wordt gespeeld door Kevin Janssens – en die maakt er een meedogenloos gevaarlijk personage van. In de scene waarin hij zijn senatoren tot slaven heeft gebombardeerd is hij een haast plagerige kwajongen, om in mum van tijd om te slaan in een kwaadaardige verkrachter. Alsof er geen verschil tussen zit. Hij is een popster, een huilebalk, een slang en een tiran. Acteerwerk van hoge klasse.

Het toneelbeeld is donker en ingetogen, met als belangrijkste element de drie gigantische licht/videoschermen die boven de speelvloer hangen, en kunnen draaien, stijgen en zakken – totdat ze uiteindelijk als de deksel van een doodskist een stervende Caligula inklemmen.

De tekst van Camus kent bij vlagen flinke filosofische verhandelingen waarbij de dramatische drijfveer enigszins achtergesteld wordt. Cassiers ondervangt dit door een kraakheldere regie, waarbij de teksten niets aan richting of gevoel inboeten. Bovendien creëert hij binnen alle duisterheid alsnog zeer uiteenlopende toneelbeelden.

Met zowel de recente aanslagen in gedachten, de context van het verleden van het Romeinse Rijk, de taal en de nihilistisch-absurdistische filosofie van Camus en de uitgesproken regie van Cassiers (waarin bijvoorbeeld, heel concreet, de personages zich bedienen van smartphones, tablets en MacBooks) is deze voorstelling even actueel als universeel.

Bovendien bewijst ze met name dat kwaad bloed pas echt gevaarlijk wordt als dat door de aderen van de verkeerde persoon stroomt. En dat de meest gevaarlijke personen, hoe onbegrijpelijk vaak ook, handelen vanuit de overtuiging het juiste te doen. Er is nu eenmaal geen passie zonder wreedheid.