Raarrr – Veenfabriek

Foto: Julian Maiwald

Foto: Julian Maiwald

Persoonlijk pleidooi voor abstractie
Gezien: 11 december 2015, Theater Ins Blau (Leiden)
★★★☆☆

 

Fuck het hermetische imago van moderne muziek, staat in vetgedrukte letters boven aan de flyer. Maar veel meer dan de anarchistisch-rebellerende voorstelling die je bij zo’n zin zou verwachten, is dit een vurig en authentiek pleidooi voor een open blik naar onbekende vormen.

Centraal in deze voorstelling staat het moderne muziekstuk I walk into the electric pulse, een nieuwe compositie van de Chinese Lam Lei. Zelf staat ze achter de cello, omringd door Milena Haverkamp, Ton van der Meer, Niki Verkaar en Joep van der Geest. Maar nog voor het muziekstuk goed en wel begonnen is, wordt het onderbroken door Van der Geest. Hij is ons een uitleg verschuldigd.

Voorts volgt een hoop consternatie, waarin uiteindelijk de componiste er zelf verongelijkt vandoor gaat. De droogkomische onzin staat in fris contrast met het serieuze karakter van de muziek. Goed, wat later is er dan een compromis en komt iedereen weer het podium op. Ze laten eerst 2:42 minuten van de compositie horen, dan wat uitleg, dan de rest.

Uiteindelijk komt de voorstelling tot de kern in een sterke monoloog van Van der Geest, waarin hij, via allerlei om- en zijwegen, vurig preekt voor meer openstelling naar het onbekende, een persoonlijke oproep die kundig verpakt zit in een lesje kunst- en muziektheorie. Terloops refereert hij aan Goethe, Tsjechov en Duchamp, die elk op hun eigen manier ook ontregelden, en verleidt hij het publiek de afspraak los te laten dat kunst uitsluitend moet vermaken.

De monoloog is het sterkt wanneer Van der Geest pleit voor meer openstelling naar de abstractie, de losse eindjes, het ontoereikende, de elementen waar je in eerste instantie niets mee kan, maar waar altijd nog een tweede instantie is. Minder sterk zijn de momenten waarop hij belerend met het vingertje wijst, naar de besturen die toegankelijke voorstellingen willen bijvoorbeeld, of het publiek dat liever veilig een thriller van Dan Brown leest. Dan verandert een persoonlijk relaas in een snobistisch beter weten.

Het is nog wat ongepolijst, de tekst is niet altijd even kernachtig en de interactie op de vloer is vaak (al dan niet bewust) onhandig. Tegelijkertijd zit daar ook de kracht: het geeft de voorstelling een bepaalde authenticiteit.

De voorstelling eindigt gelukkig weer met de compositie van Lam Lai; een muziekstuk dat met een onverwacht prachtige dansetude in het laatste deel, volledig tot zijn recht komt. Die bij vlagen, inderdaad, raar is, maar waarin klanken en melodieën via ongebruikelijke wegen ineens prachtig samenkomen. Om vervolgens weer te ontregelen.

Net als de compositie waar het om draait, is Raarrr soms moeilijk te duiden, maar toegankelijker dan je in eerste instantie verwacht. De flauwe humor, het vurige betoog en het respect voor de compositie staan mooi in balans.