De Gelaarsde Poes · Ro Theater

Foto: Leo van Velzen

Foto: Leo van Velzen

Deze poes is bepaald geen pussy
Gezien: 20 december 2015, Rotterdamse Schouwburg
★★★★☆

Alleen bij de jaarlijkse familievoorstelling van het Ro Theater eindigt een klassieke Moeder de Gans-vertelling in een uitbundig toneelbeeld waarin allerhande sprookjesfiguren er lustig met elkaar op los tongen. Regisseur Pieter Kramer heeft weer een flink aantal lijnen bij elkaar te houden. Het tempo ligt hoog, maar aan aandacht ontbreekt het niet.

In De Gelaarsde Poes trekt een poes samen met de straatarme molenaarszoon Jaap naar het dwergstaatje Biechtenstein, om in de gunst van de koning te komen. De kat heeft zijn zinnen gezet op het geld van de koning, om indruk te maken op een Thaise danseressenpoes, die al krabpaal-paaldansend dingen doet waar menig kater van droomt. Jaap wordt intussen verliefd op prinses Wendy. En dan is er ook nog de goedlachse en tegelijk kwaadaardige reus Benjamin. En een hooggeblondeerde Britse spion, James Blond.

Toneelschrijver Don Duyns baseerde zijn bewerking op Charles Perraults De Gelaarsde Kat. Resultaat is een vrolijk parodische voorstelling, waarin de meeslependheid en moraliteit van het sprookje naadloos gecombineerd worden met satirisch commentaar op datzelfde sprookje. Duyns schreef, zoals de Ro-traditie inmiddels voorschrijft, een ijzersterke well made play waarin hij kundig verschillende lagen voor jong en oud verweefde.

Alex Klaasen schreef de liedteksten, en deed dat vooral op nummers van Michael Jackson. Van de introductie van de geheim agent op Smooth Criminal, via een moonwalkende reus, tot de moraal van het verhaal – doe je niet anders voor dan je bent – op Black or white. Thematisch en inhoudelijk steeds precies goed. Verstaanbaar is het helaas niet altijd, ook haperde de techniek op de première wat, maar niettemin swingt deze voorstelling nog meer dan zijn voorgangers.

Bart Rijnink speelt de poes, een rol waar hij pas op het laatste moment voor werd gevraagd; Maarten Heijmans zal vanwege een beenblessure pas in de loop van de tournee de titelrol weer overnemen. Maar met zijn typerende stemgeluid en zijn opvallende fysieke spel (plus sterke Michael Jackson-moves) is Rijnink helemaal in zijn element als poezen-player. Hij is een interessant en zeer muzikaal acteur, blijft een vreemde eend in de bijt en is daarmee een spannend soort antiheld. Zijn gelaarsde poes is bepaald geen pussy, maar een echte king of pop.

Tom van Kalmthout speelt daar als lompe boerenjongen niet tegenop: zijn spel is vaak even vlak en eenduidig als de tientallen karikaturale bijpersonages. Daardoor blijft de vriendschap tussen Jaap en de poes wat te onuitgewerkt. Keja Kwestro is hilarisch als verwende, puberale prinses, die door hormonen gedreven van huis wegloopt om ‘gewoon ’s lekker te tongen’. De ontmoeting met de molenaarszoon in de achtbaan is in al zijn eenvoud een visueel hoogstandje.

Niek Kortekaas’ toneelbeelden zijn simpel en inventief, en voorzien van een flink aantal houtje-touwtje special effects. Juist dat transparante, waar deze hele productie zich van kenmerkt, tilt deze voorstelling van parodie naar een ode. De ode aan het theater, met alle mogelijkheden die ze biedt. Poes en Jaap verwoorden het zelf in de proloog:

POES: Terug in de tijd? Hoe doen we dat?
JAAP: Hoe doen we dat? Gewoon: theatermagie!