De Theatertroep: ‘De gekste dingen kun je niet bedenken; de werkelijkheid is altijd gekker’

Ze zijn allemaal in de twintig, en daarmee het jongste Amsterdamse toneelcollectief. Vanavond gaat hun voorstelling Hoe echt is echt echt? in première. Kun je de werkelijkheid verfraaien?

De Theatertroep ontstond ongeveer tien jaar geleden op de Amsterdamse jeugdtheaterschool. Met zijn elven maakten ze een productie die langs een aantal Nederlandse amateurtheaters toerde. Van die elf zijn er nu nog drie over. Plus zeven nieuwe leden, die het collectief gaandeweg heeft opgepikt. Voor de voorstelling Hoe echt is echt echt? gingen ze de samenwerking aan met schrijfster Judith Herzberg (1934).

Dat leverde twee ‘toneelnovelles’ op, vertellen Rosa Asbreuk en Patrick Duijtshoff, twee van de oprichters. “Toneelnovelle is gewoon een mooi woord voor een eenakter.” Het zijn twee relatief korte stukken die bij elkaar anderhalf uur aan toneel opleveren. Voorstellingen die helemaal los van elkaar staan. Behalve dan dat ze op dezelfde avond, achter elkaar gespeeld worden.

Vier jaar geleden werd in een interview gevraagd met welke Nederlandse toneelschrijver ze graag eens wilden samenwerken. Dat was eenvoudig; Herzberg stond al een tijd hoog op het lijstje. De desbetreffende journalist kende haar persoonlijk en legde contact.

Asbreuk: “Judith Herzberg kan gewone dingen ontzettend absurd maken door ze heel veel aandacht te geven. Als je heel gedetailleerd op een alledaagse situatie ingaat wordt het vanzelf theatraal. De gekste dingen kun je niet bedenken; de werkelijkheid is altijd gekker.”

Ter illustratie: “We zaten met haar in de auto en ze zei ineens: ‘Het is eigenlijk zonde dat er tegenwoordig zoveel afwasmachines zijn, want dan hoef je nooit meer af te drogen. Dus dan worden theedoeken straks overbodig. En dat zou ik toch wel jammer vinden, want dat kan ik geen theedoeken meer strijken.’”

Herzberg kwam zelf aanzetten met de documentaire Familie te huur. Daarin staat een Japanse man centraal die zich laat inhuren om iemand anders te spelen. Bijvoorbeeld iemands echtgenoot, familielid of collega.

Asbreuk: “Het roept meteen zo veel vragen op. Waarom zouden mensen iemand inhuren? Waarom zou je jezelf verhuren?”

Duijtshoff: “Het lijkt bijna in scene gezet. Hij droomt ervan om naar Hawaii te gaan, hij praat alleen met zijn chihuahua, zijn vrouw weet niet wat voor werk hij doet. En hij heeft echt een ideaal. Hij wil mensen echt helpen.”

Die documentaire werd het vertrekpunt waar vanuit het collectief en Herzberg zijn gaan schrijven en improviseren. Waar ligt de grens als je alles kan inhuren? Kun je de werkelijkheid tegen betaling verfraaien, kun je naastenliefde kopen? Het uiteindelijke stuk gaat over een bedrijf dat gespecialiseerd is in het opvullen van allerhande sociale en emotionele leemtes.

Duijtshoff: “We werken vanuit de traditie van groepen als het Werkteater, ’t Barre Land en Maatschappij Discordia. Vanuit het collectief dus. Iedereen wil zich overal over bemoeien en we doen alles zelf: we ruimen zelf de vrachtwagen in, zetten zelf het decor op en zorgen zelf dat er eten is.”

De speelstijl vergelijkt hij met een jazz-jamsessie. “Je reageert op de situatie zoals die is. Soms is er in de zaal een jolige sfeer, soms ernstig. Met tekst, volume, mise-en-scene beïnvloeden we de dynamiek. Dat leggen we dus allemaal niet vast, want dan kun je daar moeilijk op inspelen. Zo trek je het publiek ook mee in de verantwoordelijkheid voor de sfeer. Ik las laatst dat ‘hier en nu’ tegenwoordig heel beladen is, met al dat mindfulness, dus laat ik het betrokkenheid noemen. ”

Asbreuk: “We moeten eigenlijk ook nog een ander woord vinden voor ‘toegankelijk’, maar door die houding wordt het dat wel. Net als bij het Werkteater ontkennen we het publiek nooit. Mede daardoor worden teksten van Skakespeare en Tsjechov heel toegankelijk.”

Dat levert in Hoe echt is echt echt? een boeiende extra laag op. “Je speelt dus iemand die speelt dat hij iemand speelt. De werkelijkheid, de toneelwerkelijkheid en de toneel-toneelwerkelijkheid lopen dwars door elkaar heen. Dat is voor ons als acteurs ook heel interessant.”

Dat de samenwerking tussen het collectief en Herzberg met deze productie nog niet ten einde is staat vast. Onlangs hebben ze haar officieel gevraagd voor het schrijven van ten minste twee nieuwe voorstellingen in het aankomende kunstenplan. Maar dat was meer voor de vorm, zegt Duijtshoff, eigenlijk stond dat allang vast.

Ten slotte: welke toneelschrijver staat er nu – buiten Herzberg – bovenaan hun lijstje? “Toon Tellegen of Koos Terpstra. Ken je ze toevallig persoonlijk?”