Snowden – F.C. De Volle Bak

Foto: F.C. De Volle Bak

Foto: F.C. De Volle Bak

Een Wikipediapagina op toneel
Gezien: 15 februari 2016, Leidse Schouwburg
★★☆☆☆

F.C. De Volle Bak brengt het verhaal van Edward Snowden in het theater, de voormalig CIA-medewerker en systeembeheerder bij de Amerikaanse veiligheidsdienst (NSA), en vooral: de beruchte klokkenluider, die honderdduizenden documenten over de werkwijze van de NSA lekte.

Snowden wekte met zijn onthullingen verhitte discussies op over de grenzen van privacy en de reikwijdte van overheidsinstellingen. Discussies die zich uitermate lenen om ook in het theater te worden gevoerd. Bovendien is Snowden een intrigerend figuur, wiens drijfveren altijd enigszins diffuus bleven.

In de voorstelling Snowden (regie: Dick van den Heuvel) hangen twee grote schermen naast elkaar op het toneel. Die hebben een prominente functie: er worden pixelachtige achtergronden, nieuwsfragmenten en live videobeelden op geprojecteerd. Voor die schermen staat een aantal stoelen. Allard Blom schreef een verhaal dat in rap tempo heen en weer tussen tijden en (digitale) locaties schiet, dus dit is een dankbare vormgeving.

Documentairemaakster Laura Poitras (Myrthe Burger) en Guardian-journalist Glenn Greenwals (Simon Heijmans) staan in de lobby van een hotel in Hongkong, op het punt een vooralsnog anonieme man met een Rubik’s Cube te ontmoeten, die terloops zal informeren naar het hotelrestaurant. Waar al die geheimzinnigheid voor nodig is blijkt al snel, als Edward Snowden (Cas Jansen) zijn geheimen onthult.

Blom heeft zich uitsluitend gefocust op het biografische materiaal rondom Snowden, en dat heeft twee vervelende consequenties. Allereerst lijkt de voorstelling vooral een soort theatralisering van de Wikipediapagina van Snowden te zijn: een hoop informatie en feitelijkheden wordt uitgespeeld, en daarin is amper ruimte voor interpretatie, gevoel of fantasie. Bovendien is geen sprake van een dramatische lijn; de hoofdpersoon wordt geen strobreed in de weg gelegd om zijn plannen te verwezenlijken. Ontwikkelingen gaan steeds naar tevredenheid en ongeveer zoals gepland. Dat staat praktisch garant voor saai theater.

Daarnaast heeft hij zich nauwelijks bekommerd om de twee journalisten. Beiden doet hij af met één typerend kenmerkje (de één kauwgomverslaafd, de ander extreem nichterig) om te verbloemen dat ze uitsluitend ‘Sprechhund’ zijn voor het titelpersonage.

De voorstelling dendert met een sneltreinvaart kriskras door het leven van Edward Snowden. Als in een film schieten we heen en weer tussen Hongkong, Genève, Hawaii – in korte, oppervlakkige scènes.

Kritisch wordt de voorstelling nauwelijks. Heel even zet Poitras een aantal vraagtekens achter de bedoelingen en het ego van Snowden. Het is meteen de krachtigste scène, want verder wordt er nergens iemand voor het blok gezet. Maar, zoals dat gaat in deze voorstelling, is die scène alweer voorbij voordat hij goed en wel begonnen is.

Een nieuw inzicht doe je bij deze theatervoorstelling dus niet op. Dat er bij alles wat wij op onze telefoons en op internet doen iemand kan meekijken, dat wij dat allemaal weten en dat we daar massaal in meer of mindere mate onze schouders voor ophalen, is niets nieuws. Die constatering, die aan het einde expliciet naar voren komt, is wat al te makkelijk. En zo is Snowden een voorstelling waar je dan ook maar je schouders voor ophaalt.