Intouchables · Senf theaterpartners

Foto: Joris van Bennekom

Foto: Joris van Bennekom

Twee mannen die aan elkaar gewaagd zijn
Gezien: 23 februari 2016, Stadsschouwburg Utrecht
★★★☆☆

‘Ik zou graag een verdrietig verhaal over mijn leven willen vertellen, maar helaas; ik ben daar niet toe in staat’, verzucht Philippe met een gelaten glimlach. Intouchables draait om een bijzondere vriendschap, die ontstaat in een decor van ellende en verdriet.

Deze theatervoorstelling is gebaseerd op de succesvolle Franse film uit 2011. De van nek tot teen verlamde miljonair Philippe is moe van alle pathetisch-meelevende verzorgers en neemt Driss aan: een uitkeringstrekker uit één van de grimmige Parijse voorsteden, met een recidiverend crimineel verleden bovendien. De twee mannen, totaal verschillend maar even eigenwijs, groeien al snel naar elkaar toe.

Voor de theaterversie schreven Dick van den Heuvel en regisseur Peter de Baan een script van erg wisselende kwaliteit. Op sommige momenten is de dialoog strak, ritmisch en origineel, terwijl andere scènes volstrekt ongeloofwaardig zijn en als een nachtkaars uitdoven. Er zit weinig cohesie in. Ook zitten er rare slordigheidjes in: het ene moment zitten we in Parijs, even later wordt er weer gerefereerd aan blauwe Belastingdienstenveloppen en HEMA-tompouchen. Onduidelijke keuzes die het verhaal onnodig verstoren.

Ascon de Nijs ontwierp een indrukwekkend decor. Twee halfronde draaiende panelen illustreren van binnen Philippe’s luxe villa vol kunst, en van buiten de stad, het platteland of de zee. Zo schiet deze voorstelling moeiteloos heen en weer tussen de verschillende locaties.

Hoogtepunt zit vlak voor de pauze, als Philippe probeert Driss te interesseren in Vivaldi, maar hij vrolijk terugketst met een swingende Stromae. Zaallicht aan, acteurs tussen het publiek en Philippe uiteindelijk de nukkigheid voorbij en swingend met zijn rolstoel. Op dat soort oorspronkelijke momenten is de voorstelling op zijn best: theatraal, dramatisch en feestelijk tegelijk. De tegenvallende opera-scène, die van flauwigheid, passiviteit en uitleggerigheid aan elkaar hangt, staat daarmee in schril contrast.

Verrassend is Urmie Plein: als Driss’ sloffengooiende moeder is ze heerlijk hysterisch maar bezorgd tegelijk. Ook Hanneke Last is vurig en scherp als Philippe’s secretaresse. Emilie Pos kreeg een ondankbare rol toebedeeld als Elisa, Philippe’s dochter. Dit personage vloekt in alles met de rest van het verhaal: oppervlakkig opgebouwd en karikaturaal gespeeld – je vraagt je al gauw af wat ze aan het verhaal toevoegt.

Ach, uiteindelijk draait het natuurlijk om de twee mannen. Huub Stapel en Cyriel Guds. Ouwe rot en jonge toneelschoolstudent. En net als Philippe en Driss zijn deze twee mannen aan elkaar gewaagd, en hebben ze elkaar wat te bieden. Vooral Guds stijgt tot grote hoogte: niet alleen letterlijk in de mooi vormgegeven paraglide-scène, maar hij tilt het stuk continu op. Stapel heeft niet meer middelen dan zijn stem en mimiek voorhanden. Vaak halen zulke beperkingen het beste in acteurs naar boven. Vooral van de sympathieke Philippe, die zich weer jong en stout voelt, heeft Stapel de toon goed te pakken. De momenten van woede of wanhoop waren soms nog erg schreeuwerig.

Maar samen zetten Stapel en Guds de vriendschap tussen die tegenpolen, die niet los van elkaar kunnen komen, geloofwaardig en liefdevol neer. En dat levert dan een vrolijke en ontroerende theateravond op.