Het gelukzalige – De Mexicaanse Hond / Olympique Dramatique

Foto: Ben van Duin

Foto: Ben van Duin

Een groep markante figuren die zich verliest in alledaagse kneuterigheid
Gezien: 7 april 2016, Stadsschouwburg Amsterdam
★★★★☆

Zelden zag je de georganiseerde misdaad zo kneuterig. In Het gelukzalige staat een illuster gezelschap van straatdieven en zakkenrollers centraal. Elke ochtend gaan ze op pad, elke avond leveren ze bij De Brouwer, hun groepsleider, de buit weer in. Verder zijn er tal van regels. Stelen mag alleen van de straat, uit een loods of een opslag. Onderlinge liefde: niet toegestaan. (Seks is overigens geen bezwaar.) (In welke vorm dan ook.)

De Brouwer is overigens niet zo vilein of geheimzinnig als ze in eerste instantie doet vermoeden. Het is een doodeenvoudige Annet Malherbe, die tevergeefs probeert de groep enigszins bij elkaar te houden, maar daar door iedereen in tegengewerkt wordt. De hele groep is trouwens een zootje ongeregeld: Van Henegouwen en Mulder vechten om de mooie Hensen, die op haar beurt in de knoop zit met haar zus Bonarius. En de opportunistische De Vries bemoeit zich vervolgens overal nog eens tegenaan.

Alex van Warmerdam is verantwoordelijk voor regie, tekst, muziek en vormgeving. Met Het gelukzalige neemt hij ons mee in de absurde alledaagsheid van de knullige onderwereld. Ach, de setting had net zo goed een kantoor, ziekenhuis of familiereunië kunnen zijn. Van Warmerdam weet als geen ander een groep markante personages op te voeren, die zich vervolgens compleet verliest in de meest banale pietluttigheden. Wat wil je ook met zes boeven die zich obsessief aan de regels proberen te houden? Want tegen wil en dank worden ook zij verliefd, jaloers, geliefd en gehaat.

Behalve Malherbe wordt Het gelukzalige gespeeld door Eva van de Wijdeven, Eva van der Post, Ben Segers, Geert Van Rampelberg en Tom Dewispelaere. De laatste drie zijn van Olympique Dramatique, het Vlaamse collectief dat deze productie samen met De Mexicaanse Hond (onderdeel van Orkater) produceert.

Het gelukzalige is een kundig absurdistisch schouwspel, maar is daarin soms wat aan de veilige kant. De voorstelling bestaat uit korte, geestige scènes in de ruimte waar deze groep zich ophoudt. Een aantal keer zakt er een wit doek naar beneden en zien we een steeds exorbitanter wordend seks-schimmenspel. De enkele keren dat Dewispelaere zich onverwacht rechtstreeks tot het publiek wendt, zijn ineens gevaarlijk spannend. Maar verder breekt de voorstelling nergens uit zijn vorm.

Daarbinnen kunnen we ons vrolijk verbazen en vergapen aan onszelf, knullige mensheid, in stil protest tegen onze talloze zelfopgelegde vanzelfsprekendheden. ‘Wij hebben genoeg van de warmte en de zwoele wind; wij willen hagel.’

Als Van Henegouwen uiteindelijk met ernstige fysieke klachten in bed moet blijven, komen De Brouwer en Mulder hem een emmer brengen. Een emmer, is de gedachte, komt tenslotte altijd van pas. ‘Een emmer is een gebaar,’ volgens De Brouwer. ‘En behalve een gebaar,’ vult De Vries aan, ‘is het ook nog eens een emmer.’

Dat is de meedogenloze logica van Van Warmerdam: of het waar is doet er niet toe, als je een verhaal vertelt moet je zorgen dat wij erin trappen. En het is precies die kunst die Van Warmerdam met zoveel precisie beheerst: het meest absurde wordt met zo’n uitgebalanceerde nauwkeurigheid en overtuiging gebracht, dat het volstrekt vanzelfsprekend wordt.