Kerst in Paramaribo · Volksoperahuis

Foto: Jochem Jurgens

Foto: Jochem Jurgens

Feestelijke, maar veilige rondleiding door Paramaribo
Gezien: 31 maart 2016, Rotterdamse Schouwburg
★★★☆☆

Ruim veertig jaar geleden verwierf Suriname zijn onafhankelijkheid. Nu onderzoekt het Volksoperahuis de hedendaagse verhouding tussen Nederland en Suriname. Dat resulteerde in Kerst in Paramaribo: een voorstelling die – hoe goedbedoeld ook – door gebrek een spanning niet helemaal geslaagd is.

Er is een flinterdun dramatisch lijntje. Dat van een Nederlandse man (Kees Scholten) die zijn Surinaamse liefde (Manoushka Zeegelaar Breeveld) achterna reist naar Paramaribo, om zich aldaar te vergapen aan de ene cultuurkloof na de andere. Als brave, naïeve westerling sukkelt hij goedlachs door de Surinaamse straten.

Daar ontmoet hij onder meer een wijze, oude man met maar één arm, gespeeld door Borger Breeveld (vader van), die hem wat trivia over het land bijleert. Verder gedraagt hij zich zoals elke toerist, waar ook ter wereld: hij bezoekt een kerk, een historisch fort en laat zich met een doorzichtige truc van zijn portemonnee beroven.

Zo fragiel het verhaaltje, zo opzwepend en kwalitatief de muziek.  Het Volksoperahuis heeft vaker de neiging minder aandacht aan verhaal en spel te geven – maar muzikaal hun publiek wel van de stoelen te blazen. Tussen het grote aantal swingende, Caribische nummers (voor de liefhebbers: aan meezingers geen gebrek) valt vooral een ingetogen lied waarin Zeegelaar Breeveld over heimwee zingt op; een mooi, verstild moment binnen alle aanstekelijke uitbundigheid.

Nee, Kerst in Paramaribo vertelt ons niets nieuws over de relatie tussen Nederlanders en Surinamers. Het is een vrolijke ode aan Suriname, met ijzersterke muziek, maar zonder enig risico. Niet toevallig wordt het publiek uiteindelijk in een fictief café op de speelvloer uitgenodigd voor een dansje en een glas koud gemberbier.

Feestelijk is het zeker, maar als er iets meer aandacht aan de dramatische lijn was besteed, er ergens iets van wrijving zou zijn, dan zou er automatisch meer diepgang komen. En dat zou de oorspronkelijkheid van die muziek alleen maar ten goede kunnen komen.