The little foxes – Het Nationale Toneel

Foto: Kurt van der Elst

Foto: Kurt van der Elst

Uitleggerige voorstelling waar maar geen leven in komt
Gezien: 17 april 2016, Koninklijke Schouwburg (Den Haag)
★★☆☆☆

‘Ik denk dat je een arbeider moet zijn, of miljonair. Daartussenin, dat is niks.’ Regina, één van de personages uit The little foxes, verkiest dan ook schaamteloos dat laatste. In haar hebzucht gaat ze – net als haar broers – moeiteloos over lijken. ‘Hij is eenzaam’, zegt ze over een rijke investeerder. ‘Moet je voorstellen: eenzaam zijn met ál dat geld.’ Ze kan het zich niet indenken.

In dit familiedrama uit 1939, geschreven door de Amerikaanse Lillian Hellman, staat (het geld van) de familie Hubbard centraal. Die familie is: Regina, Oscar en Ben – plus aanhang en kinderen. Om hun imperium in de katoenindustrie uit te breiden, staat de familie bij aanvang van het stuk op het punt een grote investering te doen. Echter, het noodzakelijke aandeel van Regina’s man, Horace, ontbreekt nog. Die is terminaal ziek, ligt in een ziekenhuis verderop en is geenszins van plan bereidwillig mee te werken.

In The little foxes bindt hebzucht de strijd aan met liefde – een strijd die de liefde overigens genadeloos verliest. Geld doet alleen maar verlangen naar meer geld, hebzucht doet aanzetten tot diefstal, verraad of erger. Maar ook aan moraal ontbreekt het niet: dergelijk volk eindigt consequent eenzaam en alleen. En dat geldt ook voor alle personages uit The little foxes. (Waarbij gezegd moet worden: ook degene die liefde boven geld verkiezen eindigen in dit drama alleen.)

The little foxes is echt een praatstuk, dat gebaat is bij spannende, uitgesproken regiekeuzes. Maar regisseur Antoine Uitdehaag, die we de laatste tijd vooral kennen van zijn DeLaMar-producties, krijgt er maar geen leven in. In een poging alle plotlijntjes uiteen te zetten, vervalt hij in een inspiratieloze, plichtgetrouwe enscenering. Daarbij kiest hij voor een realistische, tikkeltje karikaturale speelstijl. Veilige keuze, zou je denken – maar met een dergelijke tekst draait zo’n keuze het stuk de nek om. De personages blijven uitleggerige talking heads of schreeuwerige herrieschoppers, vaak op het irritante af.

Daardoor blijft Anniek Pheifer behoorlijk vlak als hebzuchtige Regina, en ook Jappe Claes krijgt als haar broer Oscar niet de kans te vervoeren. Mark Rietman weet, als luidruchtige broer Ben, nog het meest te imponeren. Zijn personage bluft zich schaamteloos door het leven, en Rietman speelt hem zonder terughoudendheid.

Het ingetogen spel van Pieter van der Sman is een verademing tussen al het expliciete, uitgesproken spel. Maar die wordt helaas consequent overschaduwd door zijn tegenspelers.

Het decor van Thomas Rupert laat al even weinig aan de verbeelding over: het waarheidsgetrouwe interieur van een enigszins verwaarloosd nouveau riche-landhuis met uitzicht op de serre, waar bij vlagen symbolisch de regen overheen klettert.

Voornaamste keuze waarop we Uitdehaag kunnen betrappen, is dat hij het stuk van Hellman verplaatste van begin negentiende eeuw, naar het Amerika van de jaren zestig. Maar wat hij daar vervolgens mee wilt? Hij neemt nergens stelling, spreekt nergens zijn publiek aan. In dezelfde cadans kruipen de bijna tweeëneenhalf uur tergend langzaam voorbij. Eigenlijk is de voorstelling ronduit saai. En daar kan een vervaarlijk spelende Rietman of een ingetogen Van der Sman niet veel meer aan doen.