Marcus Azzini: ‘We zijn allemaal sukkels in de liefde’

Foto Lulu / Toneelgroep Oostpool: Sanne Peper

Foto Lulu / Toneelgroep Oostpool: Sanne Peper

In 2001 studeerde Marcus Azzini (1971) met de voorstelling Lulu af aan de Theaterschool Amsterdam. Inmiddels is hij vijftien jaar verder en artistiek leider van Toneelgroep Oostpool, één van de acht grote stadsgezelschappen van Nederland. Daar waagt hij zich nu opnieuw aan Frank Wedekinds tekst. Azzini is gefascineerd door het spel van macht, liefde en de lust.

Wedekind schreef Lulu in 1901. Het stuk gaat over hoe het jonge meisje Lulu de mannen in haar leven stuk voor stuk ten gronde richt – en uiteindelijk zichzelf ook. De voorstelling veroorzaakte destijds een schandaal. In deze bewerking van Azzini is Lulu nu eens geen jong tienermeisje, maar wordt ze vertolkt door de tweeënveertigjarige Kirsten Mulder.

Waarom wilde je Lulu na vijftien jaar opnieuw regisseren? ‘Ik had toen al het gevoel dat ik niet ver genoeg gekomen was, dat ik me niet op de belangrijkste dingen gefocust had. Ik was nog te geobsedeerd door haar ongrijpbaarheid en haar seksualiteit. Later kwam ik erachter dat Lulu voor mij helemaal geen femme fatale is. Want om dat te zijn moet je berekenend en bedachtzaam zijn en dat gaan inzetten. Maar wat Wedekind schrijft is veel ongrijpbaarder: het lijkt allemaal psychologisch, maar dat is het helemaal niet. Hij geeft geen enkele reden waarom Lulu is geworden zoals ze is. Dat hele verleden interesseert hem ook niets. Het gaat hem puur om de vorm. Hij gebruikt de vorm van de vrouw en zegt daarmee iets over ons allemaal.

Als ze geen femme fatale is, wat is Lulu dan wel voor iemand? ‘Lulu verleidt bijna niemand. Ze komt binnen en iedereen valt meteen om. Maar ik vond het interessant dat zij zelf ook verlangt. Er zijn al zo veel interpretaties van Lulu, net zoals de mijne destijds, waarin alle mannen naar haar verlangen maar zij naar niemand. Maar als je het stuk goed leest merk je dat zij even hard naar de mannen hunkert als de mannen naar haar. Alleen lukt het telkens niet. En dan gaat het stuk ineens ergens anders over: niet over haar verleidingstrucjes, maar over de onmogelijkheid van de liefde.
‘Lulu probeert steeds contact met de anderen te maken. Die pogingen om samen met een ander te zijn veroorzaken heel veel problemen, omdat de mannen haar vervolgens allemaal willen bezitten. Zoals we allemaal de neiging hebben om op het moment dat we iets gevonden hebben, daar heel hard aan vast te houden. Hoe harder die mannen haar proberen te bezitten, hoe sneller ze zichzelf en hun liefde kapot maken. Bezitsdrang leidt tot destructie.

Waarom heb je voor de rol van Lulu geen jong tienermeisje gecast, maar een vrouw van tweeënveertig? ‘Op het moment dat Lulu tweeënveertig is, wordt ze automatisch bewuster van de effecten die ze heeft op mensen. Wat overigens niet automatisch betekent dat ze daar controle over heeft. Bewustzijn is één ding, maar er iets mee kunnen of er controle over hebben, is iets totaal anders.
‘In het spel van de liefde en de lust heb je allebei macht. Zelfs als je je volledig aan iemand overgeeft, behoudt je nog enorm veel macht, want overgave heeft ook macht in zich. Door me aan jou over te geven, leg ik ook een verantwoordelijkheid in jouw handen, dus dat is ook weer een machtspelletje. Iedereen is schuldig en onschuldig tegelijkertijd. Maar we zouden elkaar meer ruimte moeten gunnen om onszelf te worden en te groeien. Omdat we daardoor uiteindelijk meer van elkaar kunnen houden.

En hoe verhoudt Lulu zich daartoe? ‘Met Lulu laat ik juist de onmogelijkheid van het samen zijn zien. Ik heb ergens gelezen dat de liefde geen pijn doet. Wat pijn doet is bezitsdrang, jaloezie, onzekerheid, afwijzing, verwarring. De liefde op zichzelf doet geen pijn, het zijn al die gevoelens die erbij komen die het zo ingewikkeld maken.
‘We zijn sukkels als het om de liefde gaat. We doen het heel goed en heel slecht, maar het gaat om onze pogingen. Dat vind ik ook mooi aan al die clowns die op het toneel staan en het maar blijven proberen. En Lulu blijft er zelf ook gewoon genadeloos in geloven.