Moeders en zonen – Kemna Theater / Senf theaterpartners

Foto: Leo van Velzen

Foto: Leo van Velzen

Mooi spel in uitleggerig stuk
Gezien: 15 mei 2016, DeLaMar (Amsterdam)
★★★☆☆

Nee, hij hoeft haar jas niet aan te nemen en nee, ze hoeft ook niets te drinken. Statig en streng staat ze in zijn appartement, en kijkt afkeurend in het rond. Anne Wil Blankers imponeert met een ijzersterke vertolking van Katherine; een door het leven getraumatiseerde oudere vrouw, die haar zoon verloor aan de gevolgen van aids. Nu, twintig jaar later, bezoekt ze zijn toenmalige vriend Cal (Paul de Leeuw), die inmiddels met kind en echtgenoot als gelukkig homokoppel in hartje New York woont.

De conservatieve Katherine heeft de dood van haar toen negenentwintigjarige zoon nooit een plek kunnen geven. Nog steeds is ze krampachtig op zoek naar een schuldige, die hem de dood in joeg. De Leeuw geeft met zijn uitgelaten, ontspannen Cal mooi tegenspel. Vrolijk-onhandig en vol goede bedoelingen ontvangt hij zijn toenmalige schoonmoeder in zijn appartement en probeert haar enerzijds naar de mond te praten, anderzijds uit te leggen hoe het er toentertijd daadwerkelijk aan toe ging. Maar leg aan zo’n vrouw maar eens uit dat homoseksualiteit niet iets is waar je voor kon kiezen, maar wat je wel of niet bent. ‘Mijn zoon was geen homo toen hij naar New York ging’, is nog steeds haar overtuiging.

Freek Bartels speelt een fijne rol als Cals nieuwe en veel jongere vriend Will. Poeslief en gastvrij tipt hij Katherine een aangenaam hotel in een wijk in Rome, om haar vervolgens het vuur aan de schenen te leggen. Zijn aanwezigheid doorbreekt het praten over vroeger en maakt dat het stuk ook over de veranderende acceptatie van homoseksualiteit gaat, die helaas nog lang niet breed gedragen wordt. Die veranderingen zijn niet alleen een maatschappelijke kwestie, maar manifesteren zich ook binnen een schijnbaar gelukkig progressief homogezin. ‘Ik had me nooit voorgesteld vader te worden, hij had zich nooit voorgesteld er géén te worden,’ zegt Cal over hem.

Terrence NcNally schreef Moeders en zonen in 2014. In de voorstelling zijn Katherine en Cal twee uur lang herinneringen aan het ophalen en bijstellen, en met terugwerkende kracht hun emoties daarbij aan het benoemen. Zelden een stuk gezien dat voor zo’n groot deel in de verleden tijd geschreven is. Bartels breekt daar zo nu en dan op in, maar het hier en nu dat zijn personage aan het stuk meegeeft is te beperkt; Moeders en zonen is vooral een uitgerekte exposé en wordt daardoor een taaie kijkervaring.

Regisseur Job Gosschalk heeft er geen spannende regie tegenover weten te zetten. McNally’s tekst is statisch en bij vlagen erg sentimenteel, en dat vraagt om meer uitgesproken keuzes. Hetzelfde geldt voor de hyperrealistische vormgeving. Rob Snoek ontwierp een tot in de details uitgewerkt appartement, compleet inhakend op die realistische toneeltekst. Het geeft de acteurs een hoop comfort; een groot gedeelte van de voorstelling zitten ze dan ook – bijna huiselijk – op de bank of drentelen ze wat in het rond.

Zo blijft Moeders en zonen, ondanks smeuïg spel en ter zake doende thematiek, een lange zit die op den duur verveelt.