Raymonde de Kuyper: ‘Men durft amper meer te overwegen iets níét te doen’

ikspeelgeenmedea-rudolphiproducties-02-1.jpg

Foto Ik speel geen Medea / Rudolphi Producties: Ben van Duin

In de voorstelling Ik speel geen Medea speelt Raymonde de Kuyper (1955) een actrice die geen Medea speelt. De actrice vermoordt haar vak – zoals Medea haar kinderen vermoordde – en gaat terug naar huis. “Het ligt niet aan het publiek, niet aan de koffiejongen, niet aan de jonge recensent,” – maar spelen gaat ze niet.

Anderhalf uur voor aanvang speelt de voorstelling zich af, en de actrice komt in haar gewone kleren het podium op lopen. “Ik speel geen Medea vanavond,” zegt ze. “Het lukt me niet.”

Het is de tweede keer dat De Kuyper in een tekst van Van den Berg speelt. Drie jaar geleden speelde ze in Mijn slappe komedie. Deze voorstelling is een stuk serieuzer. ‘Magne van den Berg wilde iets schrijven over de kunst, en hoe daarmee omgesprongen wordt. Over het gevoel dat je jezelf afvraagt of er nog iemand op je zit te wachten. Het lijkt soms alsof kunst een overbodig iets is. Ik zeg in de tekst een aantal keer: “Ik kan hier net zo goed niet als wel zijn.”’

‘Alles is tegenwoordig een verdienmodel geworden, alles is zo commercieel geworden. En de rest wordt niet verdedigd. In zeker zin is deze voorstelling een verdediging. Het is weliswaar een zachte stem, maar het is er wel één.’

In Ik speel geen Medea dringt er zich, vlak voor aanvang van een voorstelling, een duidelijke nee op bij de actrice in kwestie. Waarom dat op dat moment gebeurt, blijft ongrijpbaar. Het zijn al die kleine dingen bij elkaar – tegelijkertijd wel en niet. ‘Want je gaat natuurlijk niet je hele liefde aan de kant gooien omdat je net hebt moeten betalen voor de koffie,’ legt De Kuyper uit.

De monoloog die Van den Berg schreef bestaat uit korte zinnetjes, die zichzelf voortdurend min of meer herhalen. ‘Het is ook een beetje bezwerend op die manier. Alsof de actrice het eigenlijk al wel zeker weet, maar het zelf nog niet helemaal gelooft. Ze is zichzelf aan het overtuigen.’

Niet alleen het leren van die tekst op zich is een grote worsteling geweest in de repetitieperiode, ook het zoeken naar de goede toon. Wanneer moet ze op de grap spelen, wanneer op de emotie? ‘Je zou het echt als cabaret kunnen spelen. Je staat tenslotte ook tegen het publiek te praten. Dat was heel erg zoeken: hoe gemakkelijk of ongemakkelijk gaat het worden?’

Uiteindelijk werd het bij vlagen behoorlijk ongemakkelijk – ook voor het publiek. ‘Soms heb ik het idee dat mensen amper durven te ademen, omdat ze niet weten waar het naartoe gaat. Of dat mensen wegkijken omdat ze bang zijn dat ze erin worden betrokken.’

Ergens in de voorstelling zegt ze “Nooit zeg ik nee, ik sla me overal doorheen, ik ben niet iemand die nee zegt, ja biedt zoveel meer kansen, ja toch?” Dat de actrice uit het stuk uiteindelijk gehoor durft te geven aan het gevoel dat ze niet meer wilt spelen, is voor De Kuyper één van de belangrijkste aspecten van de voorstelling. ‘Mensen worden tegenwoordig de hele tijd maar zo ontzettend vooruit geduwd, dat het lijkt alsof het onmogelijk zou zijn om te zeggen: ik doe het gewoon niet.’

‘Dat is ook een soort angst, lijkt het wel, om iets niet te doen. Iedereen wil alles, alles moet. Je moet je Facebook lezen en je moet kijken of je niet iets mist. Alles moet: wel even kijken, wel even luisteren. Men durft amper meer te overwegen om iets niet te doen.’

‘Maar dat geldt ook voor mensen die hele andere beroepen hebben, die bijvoorbeeld psychotherapeut zijn of zoiets. Want het gaat niet noodzakelijkerwijs over een actrice of over de kunst. Het gaat erom dat het een besluit is dat je niet voor mogelijk had gehouden, maar dat je toch gewoon blijkt te kunnen nemen.’

Raymonde de Kuyper is vanaf vanavond tot en met 29 mei (met uitzondering van 23 mei) elke dag te zien in Ik speel geen Medea van Rudolphi Producties in Theater Bellevue.