De jongens – T.H. de Wei

Foto: Floris Heuer

Foto: Floris Heuer

Interessante thematiek, maar de uitwerking blijft hangen in clichés
Gezien: 8 juni 2016, De Werkplaats (Bilthoven)
★★☆☆☆

Jongens zijn stoer. Hun lievelingssport is voetbal. Ze spelen dat ze piraat zijn en op een onbewoond eiland aanspoelen. Ze willen geen verkering, want meisjes zijn raar. Die gillen, drinken de hele dag thee en willen aldoor praten. En ze dragen jurken.

Lo, Ravi en Marijn zijn drie beste vrienden, die zich urenlang kunnen verliezen in avonturen tussen het wasgoed dat op zolder hangt te drogen. Maar die vriendschap wordt ruw verstoord als Lo een jurk uit de verkleedkist pakt en aantrekt. Doet ie wel vaker, bekent hij.

Theatercollectief T.H. de Wei neemt een spannende en ter zake doende thematiek als uitgangspunt voor muziektheaterproductie De Jongens. Lo’s bekentenis slaat een bres in de vriendschap. Ravi keert zich af van zijn vrienden en Marijn probeert verward de boel bij elkaar te houden. Lo weigert zich bij zijn beste vrienden aan te passen. Daar zijn het toch beste vrienden voor?

De Jongens zit boordevol ingrediënten voor een uitdagende schoolvoorstelling waarin eens goed aan wereldbeelden (van kinderen, ouders en leerkrachten) kan worden getornd. Helaas komt het resultaat niet verder dan een schreeuwerige, uitleggerige karikatuur, die bovendien een aantal verwarrende keuzes bevat die de zeggingskracht diffuus maken.

De drie vrienden worden gespeeld door actrices Shanna Chatterjee, Sanne Maas en Aniek Stokkers. De keuze om de jongens door drie vrouwelijke actrices te laten spelen, is in principe interessant en sluit aan bij de thematiek, maar blijft in De Jongens hangen in vorm. Lo trekt nog steeds een jurk over zijn kleren aan als hij wil uitbeelden dat hij een meisje is. De actrices treden nergens buiten hun personages; de potentieel interessante verhouding tussen actrice en personage blijft onbenut.

De tekst van Chatterjee laat bovendien weinig aan de interpretatie over. ‘Mijn binnen en mijn buiten zijn twee andere mensen. Van buiten zie ik eruit als een jongen, maar van binnen voel ik me een meisje’, wordt wel een keer of drie expliciet gezegd. Ook de clichématige benadering van de verschillen tussen jongens en meisjes toont weinig creativiteit. De momenten waarop de personages voor (interne) conflicten komen te staan lossen zich zonder al te veel omhaal vanzelf weer op. De regie van Louis van Beek is bovendien behoorlijk schreeuwerig.

T.H. de Wei heeft een interessante thematiek te pakken, maar heeft daar in dramatisch en theatraal opzicht onvoldoende mee gedaan. De moraal wordt er behoorlijk expliciet doorheen gedrukt. Clichébeelden van jongens en meisjes worden dermate benadrukt dat het daar nergens aan ontstijgt. Het is een schoolvoorstelling waarbij het nagesprek ongetwijfeld zinvoller en effectiever is dan de voorstelling.

Uiteindelijk komen de drie vrienden weer tot elkaar, en besluiten ze het geheim van Lo te bewaren. Is dat waar T.H. de Wei hun jonge publiek mee naar huis wil sturen? Je moet weliswaar altijd jezelf zijn, maar als je teveel afwijkt moet je er vooral niet mee te koop gaan lopen?

Want stel je voor, de mensen zullen je maar raar vinden.