Het pauperparadijs – Tom de Ket / Suzanna Jansen

Foto: Reijer Boxem

Foto: Reijer Boxem

Geëngageerde muziektheatervoorstelling op historische locatie
Gezien: 19 juni 2016, binnenplaats Gevangenismuseum (Veenhuizen)
★★★☆☆

De ernstige armoede die begin negentiende eeuw in ons land heerste, dreef generaal Johannes van den Bosch tot een megalomaan sociaal experiment. Hij richtte de ‘Maatschappij van Weldadigheid’ op en bouwde een aantal koloniën in het onontgonnen Drenthe. Met tucht en discipline zouden arme mensen heropgevoed worden. Nabij Veenhuizen herrezen drie ‘gestichten’. Het tweede staat er nog. Daar speelt deze zomer Het pauperparadijs.

Het pauperparadijs vertelt het verhaal van de jonge Amsterdammer Teunis (Steyn de Leeuwe), die naar Veenhuizen wordt afgevoerd en daar verliefd wordt op Cato (Margreet Boersbroek). Ondertussen komt generaal Johannes van den Bosch (Dragan Bakema) in meerdere mate onder vuur te liggen, omdat zijn sociale project de staat alleen geld kost.

Regisseur Tom de Ket maakte een vlotte theaterbewerking naar het gelijknamige boek van Suzanna Jansen. Belangrijke ingreep is het toevoegen van een verteller (Paul R. Kooij). Vaak pakt dat ongelukkig uit, haalt het de dynamiek uit een voorstelling en wordt zo iemand alleen gebruikt om even de broodnodige informatie toe te spelen. Maar De Ket had andere plannen. Kooij ontpopt zich steeds meer als volwaardig personage, die – één been in de historie, de ander in het nu – zijn tegenspelers het vuur aan de schenen legt. Zelf blijft hij bovendien ook niet buiten schot. Want hoe veel beter doen we het tegenwoordig, met de stromen vluchtelingen die naar ons land komen?

Hoe veelbelovend het begon, zo tegenvallend loopt het af. Na de pauze is de vaart er compleet uit, wisselen uitleggerige en plichtgetrouwe scènes elkaar af en neigen de in eerste instantie zo sterke liedjes van singer-songwriter Lavalu en haar ‘pauperband’ teveel naar melodrama. Ook de verteller schiet zijn doel voorbij; als hij in zijn slotpleidooi oproept tot het oprichten van een nieuwe Maatschappij van Weldadigheid, lijkt hij voornamelijk zichzelf te parodiëren. Terwijl hier juist het echte engagement had kunnen zitten.