Atelier Oerol / Over het IJ: ‘In de natuur ben je eerder geneigd existentieel na te denken’

In Het Atelier presenteren drie jonge makers hun locatietheatervoorstellingen. Vorige maand was hun werk te zien in de natuurlijke omgeving van Terschelling tijdens Oerol, deze week staan Bart van de Woestijne, Merel Smitt en Hedwig Koers in de stedelijke context op Over het IJ Festival.

Van de Woestijne: “Mijn voorstelling is een denkoefening. Ik probeer me samen met het publiek voor te stellen hoe het is om er niet te zijn.” Voor we slapen voltrekt zich bijna volledig in het hoofd van de toeschouwer. “Er is vrijwel niets te zien. Op Terschelling zat het publiek op een open plek in het bos, en dat bos verdween om hen heen. Dat wilde ik gebruiken als middel om na te denken over onze eigen verdwijning.”

Op Over het IJ heeft Van der Woestijne de natuurlijke omgeving ingeruild voor een woonhuis. “Voor mij staat dat huis symbool voor het verdwijnen van het stadse leven om ons heen.”

Merel Smitt heeft in haar voorstelling Het traject een fictieve organisatie opgezet die een hoge mate van uniformiteitsdrang nastreeft. “Die organisatie wil dat de hele samenleving volgens eenzelfde norm gaat leven. En de voorstelling is een open dag waarbij je door Het traject wordt uitgenodigd om te kijken naar de pilot van hun verbeterprogramma.”

“Op Terschelling zat ik op een afgelegen open veld. Ik vond het belangrijk dat het weggestopt was. En nu zit het op een industrieterrein. Dus dat is een groot verschil: van bossen en natuur, naar de stad.”

Hedwig Koers ten slotte, deed met Ach…  een theatraal onderzoek naar apathie, vanuit de vraag of dat iets positief is of iets negatiefs. “Ik heb heel erg gezocht naar wat ik een ‘antilocatie’ noem: iets waarvan je eigenlijk niet verwacht dat je het zou kiezen.” Dus kwam haar keus op Oerol niet uit op een weidse, uitgestrekte omgeving, maar op een vervallen tennisveld. “In Amsterdam is het een vergeten voetbalveld met een ouderwetse houten tribune. Dat is dus juist weer een hele wilde, landelijke omgeving.”

Voor alle drie wordt het spannende klus om hun project te hernemen op de NDSM-werf. Van de Woestijne: “Ik denk dat je in de natuur eerder geneigd bent existentieel na te denken. In de stad – als je druk bent met je eigen leven – zal het misschien moeilijker zijn om in dat gebied terecht te komen of zal het je op een andere manier overvallen.”

Smitt: “Oerol is gewoon een fairy tale. Je zit in een heel magisch gebied. Bij mij is de realiteit zo belangrijk, dus ik denk dat het hier op Over het IJ heel mooi gaat staan, juist omdat je hier midden in de maatschappij zit. Daar wordt het veel rauwer door.”

Van de  Woestijne: “Op Terschelling was de omgeving heel weids en overweldigend. Die weidsheid zit voor mij nu in de donkerte, omdat het hele huis pikkedonker wordt. Ik denk dat dat de ruimte enorm kan vergroten.”

Koers: “Ik heb iets gemaakt op een strak betonnen veldje, en nu zitten we op een weilandje met heel hoog gras en distels en oneffenheden.” Lachend besluit ze: “In feite kan dat wat ik heb gemaakt gewoon niet daar.”

Voorstelling