Lampedusa · Het Monsterverbond

Foto: Thomas Lenden

Foto: Thomas Lenden

Grootse gebaren en grootse woorden – maar er wordt niets van waargemaakt
Gezien: 9 juli 2016, Over het IJ Festival (Amsterdam)
★☆☆☆☆

“Als je eenmaal de eerste stap gezet hebt, zal je door moeten lopen”, waarschuwt Albert Klein Kranenburg terwijl hij de loopbrug richting tribune omlaag draait. Maar het festivalpubliek op Over het IJ laat zich niet afschrikken, en dromt zich massaal over die veel te smalle loopbrug. Een sterke opening, voor een reeks teleurstellingen die daarop volgt.

Het Monsterverbond werd in 1989 opgericht en werd al snel een toonaangevend locatietheatergezelschap. De laatste jaren echter fungeerde het, gebukt onder de recessie, voornamelijk als decorwerkplaats voor andere gezelschappen of instanties. Maar hun zelfgeschreven opera Lampedusa zou een mooie rentree kunnen zijn.

Een 360 graden muziektheaterstuk en een ode aan de moed die nodig is om alles achter te laten, zo presenteert het gezelschap de voorstelling. Eerst even die 360 graden in de kiem smoren: ja, het publiek zit in twee oplopende rijen tegenover elkaar (een opstelling die op die manier een grote schuit representeert) en de acteurs willen nog wel eens vanuit het publiek komen. Maar meer dan dat is het ook niet. Niet per se erg, maar wel een summiere ervaring na zo’n aankondiging.

Wel erg: de ode aan de moed die de voorstelling pretendeert te zijn. Want daar komt werkelijk niets van terecht. Het Monsterverbond gebruikt een actueel en schrijnend thema als kapstok om een aantal zoetsappigheden ten gehore te brengen. Het is werkelijk ongelofelijk hoe een productie die vanuit zo’n navrant uitgangspunt vertrekt, zo’n veilige voorstelling als resultaat heeft.

Praktisch plotloos kabbelt deze voorstelling, geschreven door Daphne de Bruin, van het ene liedje naar de ander. We horen het verhaal van een meisje dat is vernoemd naar haar bestemming – Lampedusa – of de jongen die door zijn familie is uitgekozen om de overtocht te wagen. Maar steeds blijft het hangen in sferische, melodramatische algemeenheden die bovendien vol zitten van omslachtige taalconstructies en dwangpoëzie: ik hoorde bijvoorbeeld een courgette die de tijd aan zijn laars lapt voorbijkomen, of gedachten die als zeewier door doorweekte hoofden waaiden.

Muzikaal gezien is deze voorstelling prima in orde. Een vierkoppige band staat aan de kop van de ‘boot’ en vocaal gezien verrichten Klein Kranenburg en zijn medespelers Mirjam van Dijk en Arjen Dijkstra mooi werk.

Maar verder is er in Lampedusa werkelijk niets te beleven. De spelers weten geen aardse draai aan de sferische taal te geven, waardoor ze nergens van vlees en bloed worden. De specifieke publieksopstelling, die toch suggereert dat het publiek in meer of mindere mate onderdeel van de theatrale werkelijkheid is, wordt volledig ontkent. Spanning of een dramatische lijn is nergens te ontdekken. Ook niet als uiteindelijk het benedendek van het schip vol water stroomt en de spelers als drijvende lijken van ons wegdobberen, terwijl een zangkoor in hulpbrigadepakken het podium opklimt.

Grootse gebaren en grootse woorden, daar kenmerkt deze productie van regisseur en scenograaf Luca Andrea Stappers zich door. Maar uiteindelijk komt er niets van schrijnende realiteit waarmee het gezelschap zijn publiek verleidt, werkelijk binnen. En dat is zonder meer een kwalijke zaak.