Romeo & Julia – Amsterdamse Bostheater / Veenfabriek / TENT

Foto: Ben van Duin

Foto: Ben van Duin

Ambitieuze Romeo & Julia stelt teleur
Gezien: 22 juli 2016, Amsterdamse Bostheater
★★☆☆☆

Gebrek aan ambitie is regisseur Ingejan Ligthart Schenk niet te verwijten. Voor de nieuwe zomervoorstelling bij het Amsterdamse Bostheater werkte hij samen met muziektheatergroep de Veenfabriek en TENT circustheater producties. We noteren maar liefst vier muzikanten, vijf circusartiesten en zes acteurs.

Op het grote openluchtpodium in het Amsterdamse Bos liggen zeven afgedankte terminalsluizen als een uit de kluiten gewassen mikadospel over elkaar. Laagvliegende vliegtuigen ronken daar regelmatig overheen. In deze aftandse gateway bevechten de Montagues hun strijd met de Capuletti’s.

De vertaling die Schenk samen met Erik Bindervoet maakte bleef dicht bij Shakespeares origineel: vol metriek, rijm en binnenrijm. De Vlaamse Ward Kerremans weet daar als dromerige romanticus Romeo goed raad mee. Bij zijn Montague-vrienden dweept hij pseudo-arrogant met zijn talige vondsten, maar eenmaal op zichzelf aangewezen, balancerend onder het balkon van zijn pas ontvlamde liefde, is die taal geen instrument meer maar een te beteugelen vijand. De jonge Yara Alink zet tegenover dat sentiment een onstuimige dertienjarige, die zich even puberaal als oprecht onderdompelt in een nog te ontginnen grotemensenwereld.

Daarnaast valt vooral Camilla Siegertsz op als Julia’s bulderende min. Smijtend met lompe woorden en beukend met haar boezem (‘puur natuur, al zeg ik het zelf’) ontfermd ze zich over Julia, het kindje dat nog geen veertien jaar daarvoor aan haar borsten lag. Maar door al die schreeuwerige hilariteit schemert ook een onvoorwaardelijke zorgzaamheid, die een hoogtepunt bereikt in een mooi gespeelde scène waarin ze Julia voor dood aantreft. ‘Een en al tranendal, treurgeval.’

Ja, deze adaptatie bedient zich van grootse woorden en gebaren. Acrobaten tuimelen over elkaar heen, klimmen op en af elkaar, glijden van het indrukwekkende decor en klauteren daar weer op; de muzikanten van de Veenfabriek verzorgen ondertussen live het geluidsdecor. Ambitieus zogezegd, maar niet altijd even sterk. Vaak vertilt de voorstelling zich aan al dat visueel geweld. De scène bijvoorbeeld waarin Mercutio gewond raakt en sterft, en Romeo vervolgens het heft in eigen handen neemt, verdwijnt bijna in het spectaculaire toneelbeeld.

Uiteindelijk blijft het onduidelijk wat Schenk nu met deze voorstelling wil zeggen. Het decor zou de wirwar aan kleine straatjes in Verona moeten representeren, waar families door letterlijk gebrek aan ruimte rivaliseren; een ingang die aardige paralellen met de actualiteit kan bieden. Maar die verstikking komt geen moment over het voetlicht in het weidse toneelbeeld. Ook de acrobatische acts, waarmee Schenk een daadwerkelijke fysieke dreiging teweeg wilde brengen, zijn te minimaal en abstract om het gevaar echt invoelbaar te maken. Het blijft allemaal teveel hangen in vorm, in theatrale toevoegingen, en daardoor blijft het een te vlakke voorstelling.

Als de voor dood gewaande Julia uiteindelijk naar haar laatste rustplek wordt uitgeleid en Romeo haar daar vindt, valt alles daaromheen even weg. De twee jonge acteurs hebben dan alleen zichzelf nog om ons te beroeren. Dan is deze voorstelling op zijn sterkst. Maar puntje bij paaltje is het toch gewoon weer de zoveelste Romeo & Julia, met aardig acteerwerk, maar het tornt nergens aan enig mens- of wereldbeeld.