Longing Lasts Longer · Penny Arcade

Foto: Steven Menendez

Foto: Steven Menendez

Aanstekelijk pleidooi voor een onstuimig leven
Gezien: Noorderzon Performing Arts Festival, Groningen
★★★☆☆

Penny Arcade identificeerde zich vroeger bepaald niet met Sneeuwwitje (want control freak, want saai), eerder met de boze heks. Van het sprookje met de vergiftigde appel belandt ze moeiteloos bij de Big Apple. Of dat wat ooit de Big Apple was. Tegenwoordig is de stad waar ze al sinds de zestigjaren furore maakte in de artistieke underground, niet meer dan ‘a big cupcake’. En daar kunnen wij Nederlanders wel om lachen, maar met Amsterdam is het niet beter gesteld.

En zij kan het weten. De Amerikaanse Penny Arcade (artiestennaam van Susana Ventura) woonde er een aantal jaren in de jaren zeventig. Toen Amsterdam nog echt vrij was. Toen er in elk restaurant hasj werd gerookt. Nu mag dat niet eens meer in een coffeeshop. Penny Arcade smijt weer eens een uitgestreken gezicht richting zaal. Met een vrolijk-populistisch ‘Amsterdam had to die, so Groningen could live’ sluit ze een bondje met haar Noorderzon-publiek. Een bondje dat niet lang standhoudt. Maar, waarschuwde ze al voordat de voorstelling officieel begonnen was, mensen die zich door haar beledigd voelen moeten niet vergeten dat de voorstelling van tevoren helemaal uitgeschreven is, dus zo persoonlijk kan het niet zijn.

Longing Lasts Longer is een aanstekelijk, zij het wat ongefocust pleidooi voor een onstuimig, kunstzinnig leven. Ze geeft smakelijk ongenuanceerd af op rechts conservatisme en conformisme, op groepsgedrag en de teloorgang van echte identiteiten. In de jaren zestig dachten de hippies dat als iedereen zou worden zoals zij, de wereld een mooiere plek zou zijn. Nou, de hipsters van nu hebben inmiddels het tegendeel bewezen. Vroeger waren jonge mensen arm, waren ze blut. Tegenwoordig hebben twintigers verstand van wijn. Doen zich ouder voor dan ze daadwerkelijk zijn. Oudere mensen verlangen ondertussen terug naar toen ze twintiger waren. Penny weet niet wat ze zieliger vindt.

Het is allemaal lang niet even scherp of doordacht, en soms behoorlijk moralistisch, maar dat verbloemt ze moeiteloos door haar – zacht gezegd – energieke performance. Vermakelijk om naar te kijken, maar ondanks dat ligt de grapdichtheid behoorlijk laag. Ze weet het festivalpubliek vooral aan het lachen te krijgen met een aantal pogingen Nederlands te praten, maar dat is wel erg gemakkelijk scoren. Haar verhaal is niettemin boeiend en bij vlagen origineel, vooral de persoonlijke fragmenten, als ze haar engagement aan haar eigen leven koppelt. Ze werkte in New York met Andy Warhol en was goed bevriend met Patty Smith; ze heeft wel wat te vertellen. Bovendien heeft ze haar eigengereide ideeën over hoe een leven te leven. Of vooral: hoe een leven niet te leven.

De soundscape die Steve Zehentner live onder de show zet zweept de boel nog eens extra op, en illustreert de verschillende decennia waar Penny op inzoomt muzikaal. Energie voor tien heeft deze vrouw. En dat bulldozert ze smakelijk over ons heen.