Willem Nijholt over ‘Een ongeduldig verlangen’

foto: Manon Bruininga

foto: Manon Bruininga

In Een ongeduldig verlangen bundelt Willem Nijholt zijn herinneringen aan zijn jeugd in Nederland.

Willem Nijholt, 82 jaar oud, speelt met het chocolaatje dat naast zijn koffie ligt. Hij vertelt hoe hij een keer na een voorstelling koffie dronk met koningin Juliana. ‘Dan zag je ‘r zo kijken naar dat chocolaatje… en we dachten: die vindt er niks aan. En toen… plons ging het. Ja, zei ze, bittere chocolade geeft de koffie een extra dimensie. Ach, wat jammer voor u, meneer Nijholt, u heeft melkchocolade gekregen!’

Het was de tweede keer dat Nijholt haar ontmoette. De eerste keer was jaren eerder, januari 1946, toen het eerste ziekenhuisschip dat vanuit Indië terugkwam in Nederland werd onthaald door Juliana. Aan boord de elfjarige Willem Nijholt, met zijn broer, zus en zieke moeder. ‘Bent u blij weer terug te zijn in het vaderland?’ vroeg Juliana. Over die overtocht, de herinneringen aan Java en vooral dat moeizaam wennen aan een onbekend ‘vaderland’ gaat Een ongeduldig verlangen.

Nijholt zat drie jaar in een jappenkamp, voordat hij in 1946 Nederlands-Indië verliet en zich vestigde in Millingen aan de Rijn, het geboortedorp van zijn moeder.

Het boek vangt aan met het onthaal van Juliana, toen nog prinses. ‘Ik had koetsen met witte paarden in mijn hoofd, hermelijnen mantels. Maar er kwam een zwarte auto met een vrouw in een bruine jas en een klein hoedje op. Is dat nou de prinses? Ik was diep teleurgesteld.’

Eenmaal van boord, vertelt Nijholt, werden ze meteen in een ambulance naar Millingen aan de Rijn gebracht, een klein dorp bij Nijmegen. ‘Drie, vier uur rijden in die tijd nog. Zonder licht langs de weg. We moesten verschillende keren stoppen als er een lantaarn was, om te kijken of we goed zaten. Ik herinner me de scheuren in de straten van de tanks; het was vlak na de oorlog.’

In Millingen werden ze opgevangen in het Gasthuus; een soort ‘kloostertje annex ziekenhuisje annex oude-van-dagenhuisje voor arme mensen.’ Op straat werden ze behoorlijk aangekeken. ‘Komen jullie uit Indië? Waarom zijn jullie dan niet zwart?’

In het boek beschrijft Nijholt uitgebreid hoe hij opgroeide in Nederland. Openlijk schrijft hij over zijn eerste seksuele ervaring met Frans, die ooit in het klooster betrapt was met een jonge monnik in een innige omhelzing en toen uit het klooster werd gezet. Nijholt kende Frans al sinds zijn aankomst in Millingen.

Worstelend met zijn verwarrende seksuele gevoelens zocht hij toevlucht bij Frans. Maar, schrijft hij in zijn boek, dat pakte anders uit! ‘Ik huilde omdat het niet lukte op school, Jantje [zijn broer, red.] verdiende al geld en ik niet en ik was een zakkenwasser, ik kon alleen mijn moeder helpen met de afwas, ik was een niksnut. En toen troostte hij mij en ging het bloed vanzelf stromen. Ik heb hem niet willens en wetens verleid, het gebeurde.’

Nijholt volgde kort de HBS, werkte even bij een garage en ging bij de marine, die hij niet veel later weer kon verlaten door te doen alsof hij gek was geworden. In 1957 begon hij aan de Toneelschool in Amsterdam.

Pas daar heeft hij zijn homoseksualiteit openlijk toegegeven. ‘Ik dacht: als ik mezelf niet accepteer, hoe kan ik dan een karakter spelen?’ Later, een paar jaar na de Toneelschool, zei acteur Willy Ruys tegen hem: ‘Zeg jongen, kom eens hier! Heb jij geen lul?’ Jawel, antwoordde Nijholt. ‘Waarom loop je dan alsof je een kut hebt?’ Later zei Ruys dat hij dat deed omdat hij zag dat Nijholt talent had. ‘Maar je verknalt het voor jezelf op die manier. Waarom loop je op die slippertjes en waarom draai je zo met je kont? Donder op, je bent een knul!’

Schrijven doet hij dankzij Hella Haasse. ‘Ik schreef haar wel eens een kaartje. Willem, zei ze, je hebt een leuke pen, ga daarmee door. Vervolgens schreef ik haar een brief van veertien kantjes.’ Eerder schreef hij ook brieven aan Gerard Reve, tevens oude liefde. Die kwamen ook in een bundeltje terecht, waar Nijholt liever niet meer aan herinnerd wil worden. ‘Die relatie met Gerard Reve was heel kort maar heel heftig. En alleen maar seks. Die trouwens erg tegenviel; ik viel erbij in slaap.’

En net zoals hij vertelt, meandert Nijholt in zijn boek door zijn jeugdjaren in Millingen. Aanstekelijk, gedetailleerd en schaamteloos.

boekomslag

Uitgeverij Querido, 2016