Collaps · Karlijn Hamer

13411771_1168153833217073_2920886143479069146_o
Muzikale abstrahering van de mythe
Gezien: 7 september 2016, Amsterdam Fringe Festival
★★☆☆☆

Door de god Apollo te verleiden verkreeg Cassandra, dochter van Priamus, koning van Troje, de gave om de toekomst te voorspellen. In ruil daarvoor zou ze met hem het bed delen. Echter, toen ze dat laatste weigerde, zorgde Apollo ervoor dat niemand haar voorspellingen ooit zou geloven.

Daar baseerde theatermaker Karlijn Hamer haar korte muziektheaterperformance Collaps op. Achter haar op het podium verzorgt Mathijs De Valk live de muziek: een dreunende en deinende soundscape. Hamer zelf staat achter twee microfoons, die aan het grid hangen en voor haar hoofd bungelen.

De performance is grofweg in drieën op te delen. In het eerste deel slaat Hamer verschillende klanken uit, klanken die De Valk door middel van een looping station vermenigvuldigt, en die zodoende een geluidsdecor vormen die almaar toeneemt in intensiteit. De klanken hebben geen betekenis – zoals Cassandra krampachtig probeerde haar boodschap over te brengen, zonder dat die bij iemand binnenkwam.

Vervolgens pakt ze een van de microfoons en doet een stuk monoloog, gebaseerd op het gedicht Monoloog voor Cassandra van de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska, die Cassandra neer laat kijken op Troje: 

Ik ben het, Cassandra,/
En dit is mijn stad, onder de as./
En dit zijn mijn profetenstaf en -linten./
En dit is mijn hoofd barstensvol twijfel.

Ten slotte volgt weer een sequentie van onbegrijpelijke klanken, waarin Hamer schreeuwend, briesend, zingend ineenstort. De ondertitel van de voorstelling illustreert de driedeling: Aanval van machteloosheid/ ineenstorting/ ondergang.

Collaps heeft, vooral door de herhaling van klank en muziek, een bezwerend effect. Hamer vertaalde elementen uit de mythe van Cassandra naar klank en performance; geïnspireerd op hedendaagse dance muziek. Toch mist er nog een persoonlijke laag aan deze intieme performance. De voorstelling blijft hangen in het conceptuele, het bedachte. Hoe verhoudt Hamer zich zelf tot de thematieken van haar personage? Wat is de voorstelling meer dan een muzikale abstrahering van de mythe, wat heeft ze ons te vertellen? De parallellen tussen de onbegrijpelijke klanken en Cassandra, die tot radeloosheid aan toe maar niet begrepen werd, is evident – maar daardoor ook een gegeven dat weinig zegt. Een meer persoonlijkere laag zou deze performance het uitsluitend conceptuele karakter doen ontstijgen.

Kassandra’s hoofd zit, zo blijkt uit het gedicht van Szymborska, barstensvol twijfel. Maar hoe zit dat bij Hamer?

[Vertaling fragment Monoloog voor Cassandra: Gerard Rasch]