Tamar van den Dop: ‘Ik verleid liever dan dat ik met een vuist sla’

scènebeeld Olie, foto: Sanne Peper

scènebeeld Olie, foto: Sanne Peper

Na een succesvolle tournee vijf jaar geleden, gaat de voorstelling Olie vanavond in reprise in het Compagnietheater, bij het Nationale Toneel. Tamar van den Dop speelt de hoofdrol: “Een decadent stuk vreten dat niet werkt, teveel drinkt, niets anders is dan een vrouw die haar man naar het buitenland volgt.”

Tamar van den Dop (1970) houdt van ‘lelijke personages’. Vorig seizoen speelde ze bij het Noord Nederlands Toneel een onnavolgbare rol als wodkaverslaafde en doorrookte stiefmoeder in Sneeuwwitje. Door een val moest de voorstelling voortijdig worden stopgezet. Nu, negen maanden later, klimt ze weer op het podium. Haar personage, Eva, is haar man achterna gereisd, die in het buitenland naar olie zoekt; zelf zit Eva al jaren binnen in een bunker, ze durft er niet uit te komen.

Vijf jaar geleden ging de voorstelling in première. Toen moest je mensen nog wakker schudden, vertelt Van den Dop. “We wisten wel dat het niet goed ging met de aarde, maar daar moest je nog wel een lans voor breken. Nu is dat algemeen goed, en kunnen we het hebben over wat daar achter zit.”

“Voor mij gaat het nu meer over het superioriteitsgevoel van het westen. Deze mensen hebben een doel, en dat is het geld vinden. Ze hebben zich daarin vastgebeten en opgeven kan niet meer. En ze hebben bovendien het idee dat ze het allemaal voor elkaar doen en niet voor zichzelf. Ze zijn tegen barbarij en corruptie, maar ondertussen zuigen ze het land leeg en zijn ze alleen bezig met zelf rijker worden.”

Het leuke aan dit personage, vertelt ze, is dat deze vrouw gestudeerd heeft, maatschappelijk bewust is. “Het is leuk om een secreet te spelen, maar ze moet geen dommerdje zijn. Als je zo erudiet bent, hoe buig je dan je geweten om?”

Het stuk verdient eigenlijk opnieuw een première, vindt ze. “Het is net als wijn, die rijpt. De psychologische pressure cooker die vijf jaar geleden vooral onderling zat, zit nu ook meer in elk personage zelf. Daardoor worden ze harder voor elkaar, en panischer en argwanender. En dus wordt het extremer. Als een schroef die nog verder is aangedraaid.”

Emancipatie is een belangrijk thema in het stuk: Eva is een vrouw waar geld voor moet worden binnengeharkt, zodat zij kan leven als een koningin. Maar wat doet zij ondertussen met haar kennis en kracht? Van den Dop is zich nu meer bewust van dat thema dan vijf jaar geleden – ook op persoonlijk vlak. “Ik werk in de kunsten, en daar gaat het al beter maar het is nog lang niet gelijk. Ik durf er nu meer voor uit te komen, dat ik dat vind. En dat doe ik dan op mijn manier: dat is niet op de barricade springen, maar met humor. Ik verleid liever dan dat ik met een vuist sla.”

Van den Dop heeft zich sinds dit seizoen, voor het eerst, vast aangesloten bij een gezelschap: het Nationale Toneel. “Doodeng om dat te beslissen. Maar het is voor mij ook een stap om me te verbinden, en te kijken wat dat oplevert.” Ze kijkt uit naar de rust en de continuering. “En dat je niet elke keer weer een nieuwe groep moet leren kennen en jezelf weer moet vinden in de constellatie van die chemie.”

Het politieke bewustzijn bij het Nationale Toneel is groot, zegt ze. “Je voelt dat dat gezelschap wakker is, en van deze tijd. Het is niet alleen maar blank en maatje zesendertig, het is de samenleving. En ik ben daar wel aan toe, nu. Ik maak me zorgen om de wereld en de samenleving. Tien jaar geleden ging het zo goed, toen gingen ze lachen als je op de zeepkist ging staan.”

“Ze kijken bij het Nationale Toneel allemaal met liefde en humor naar de mensheid, dus dan durf ik wel mee te doen. Want dan zal het niet met een vingertje zijn, maar dan gaan we ze verleiden.”

Die humor zit ook in grote mate in Olie, benadrukt ze. “Ook al is het een psychologische thriller en gaat het over zwaardere thema’s, er valt genoeg te gniffelen.” Die humor is voor Van den Dop cruciaal. Hoe heftig ook, zonder liefdevolle blik stoot je mij af. Wat je wilt ontdekken en uitzoeken moet je serieus nemen, maar je mag er ook heel smakelijk om lachen.”