De revival van Lars Norén

Foto: Michiel Hendryckx

Foto: Michiel Hendryckx

Na een decennium van relatieve stilte rondom het werk van toneelschrijver Lars Norén, is hij sinds vorig theaterseizoen weer volop in de Nederlandse theaters te zien. Vanavond staat zijn tekst Demonen in de schouwburg.

De Zweedse toneelschrijver Lars Norén (1944) werd bekend met beklemmende, realistische familiedrama’s, doorspekt van incest, alcoholisme en depressies.

Hij groeide op in een hotel met zijn ouders en zijn oudere broer. Hij had bepaald geen probleemloze jeugd: zijn vader zat aan de drank en zijn moeder was suïcidaal. Later zou hij dat letterlijk gebruiken als inspiratiebron voor zijn stukken. Net als Eugene O’Neill, een toneelschrijver waar Norén een uitgesproken bewondering voor koestert, zijn de belangrijkste stukken in zijn vroege werk sterk autobiografisch.

Noréns eerste toneelstuk, Vorstenlikker uit 1973, werd meteen een schandaal in Stockholm. Het stuk werd na vier keer van het repertoire gehaald. De Nederlandse regisseur en vertaler Karst Woudstra, die goed bevriend met hem raakte, heeft Norén hierna weer tot schrijven aangezet. 

“Claustro-drama’s,” noemt Thibaud Delpeut, die vorig seizoen Een soort Hades van Norén bij Theater Utrecht regisseerde, die vroege stukken. “Dat zijn klein bezette drama’s met een eenheid van tijd, plaats en handeling. Conventioneel van dramaturgie, maar daarbinnen vernieuwend. Met het beste uit de psychologie en het beste uit de psychoanalyse.”

Vanaf de jaren tachtig tekent er zich een duidelijke kentering in Noréns werk af. Zijn werk wordt minder naturalistisch. Geen ingezoomde familiedrama’s meer, maar vlijmscherpe observaties van een ontwrichte maatschappij, portretten van verliezers van de samenleving.

Bekend voorbeeld daarvan is Een soort Hades, dat destijds bij Toneelgroep Amsterdam in wereldpremière ging. Dat speelt zich af in een inrichting – waar Norén overigens zelf ook nog even in heeft gezeten. Toen Gerardjan Rijnders het in 1997 regisseerde, heeft hij ter voorbereiding zelf twee weken in een inrichting gezeten, waaronder een nacht in een isoleercel.

Norén schrijft over de uitgestotenen, de underdogs, de randfiguren. In de kern ging het daar altijd al over, volgens Eirik Stubø, regisseur van het Zweedse gezelschap Dramaten, dat in januari met Noréns En geef ons de schaduwen in Amsterdam te zien was. “Ook al schrijft hij over totaal andere dingen, eigenlijk zit hij nog steeds in dat hotel vast, en behandelt hij dezelfde thema’s en gevoelens.”

Een decennium lang was het in ons land relatief rustig rondom Norén. Maar sinds vorig seizoen wordt hij weer regelmatig gespeeld. Waar komt die opleving vandaan? Voor Delpeut komt de behoefte om met Norén aan de slag te gaan, vooral voort uit de tijd waarin we leven. “We leven in een neoliberaal stelsel dat ons vraagt zelf de springplank voor ons eigen succes te zijn, om zelf de middelen te verwerven om ons succes te bereiken. Dat vind ik op zich al abject, want onwaar: niemand in de wereld heeft alles zelf gedaan, iedereen heeft zijn kruiwagens. De selfmade-man bestaat niet. Bovendien suggereert dat, dat als het je niet lukt, je zelf de springplank bent geweest naar je eigen falen.”

“In Een soort Hades zitten we in een instelling. Het is zowel een zottenschip – waar vroeger de gekken op werden gezet en die stad uit werden gevaren – als een veilige haven, waar ook saamhorigheid ontstaat. Veilig, maar uitzichtloos. Deze mensen emanciperen zich in wie ze zijn, en zeggen: ik ga nu op mijn eigen voorwaarden beter worden. Dat heeft veel hoop in zich, een hoop waar ik in geloof.”

Die hoop herkent Toneelschuur-regisseur Olivier Diepenhorst, die vorig seizoen het vroege werk Stilte regisseerde. “Dat gaat echt over een zeer disfunctioneel kapot gezin met kapotte mensen, waarin toch op een harde doch eerlijke manier gestreefd wordt om elkaar te vinden. Ik vond het belangrijk daar in deze tijd iets over te vertellen.”

Delpeut zal niet zo snel naar Noréns vroege werk grijpen. “Ik kan alleen maar redenen vinden om die latere Noréns te doen, die bijna Breughel-achtige schilderijen vol figuren.” Dat is, volgens Delpeut, de mimese van onze tijd, die we nodig hebben om onszelf te duiden. Hij bereidt bij Theater Utrecht een enscenering van Personkrets 3:1 (1998) voor, dat in seizoen 2018/2019 gepland staat. Met bijna vijftig figuren een haast onuitvoerbaar stuk, aldus Delpeut.

Dit najaar staan er nog twee stukken van Norén in onze schouwburg: eind november komt het Vlaamse Toneelhuis met De moed om te doden. Vanavond en morgen is Demonen van Toneelgroep Oostpool te zien.

Lees ook: mijn interview met Olivier Diepenhorst over Stilte het interview met Eirik Stubø over En geef ons de schaduwen, het dubbelinterview met Vincent van der Valk en Hein van der Heijden over Een soort Hades.