Race – Het Nationale Toneel

Foto: Kurt van der Elst

Foto: Kurt van der Elst

Belangrijke voorstelling over white privileges
Gezien: 5 november 2016, Koninklijke Schouwburg (Den Haag)
★★★★☆

‘Kleur is het meest explosieve onderwerp waarover gesproken kan worden. Als je er eenmaal over begonnen bent, krijg je het deksel niet meer op de pot,’ zegt advocaat Jack Lawson halverwege Race. Daaraan is niets gelogen: neem de jaarlijkse discussie rondom Zwarte Piet. Of de (al dan niet onbedoeld) racistische uitingen richting Sylvana Simons onlangs.

Race van toneelschrijver David Mamet ging in 2009 in eigen regie in première op Broadway. In de voorstelling wordt de steenrijke, blanke zakenman Charles Strickland verdacht van het verkrachten van een jonge zwarte vrouw. Hij klopt aan bij het advocatenbureau van Jack Lawson en Henry Brown, een witte en een zwarte advocaat. Door een misstap van hun stagiair Susan zijn ze genoodzaakt de zaak aan te nemen. De voorstelling toont de dag voorafgaand aan de eerste zitting van het proces.

Waar de voorstelling in eerste instantie nog met een aanstekelijke dosis cynisme het opportunisme van de advocatuur tentoonspreidt, gaat het gaandeweg meer en meer over gecompliceerdere thema’s als racisme en white privileges. Alles wat de personages zeggen en doen wordt in het licht van hun huidskleur in een andere context geplaatst. Ook positieve discriminatie leidt tot racisme – de term is wat dat betreft ongelukkig gekozen.

Regisseur Eric de Vroedt treedt met deze voorstelling toe tot de artistieke leiding van het Nationale Toneel. Zijn signatuur als geëngageerde theatermaker strookt bij uitstek bij de centrale vraag die het gezelschap dit seizoen bij hun programma formuleerde: wat is de staat van onze staat? Meer engagement dus bij het Haagse gezelschap, meer expliciete maatschappelijke betrokkenheid.

Met Race brengt De Vroedt meteen een scherpe en ter zake doende voorstelling. Het tempo ligt al gelijk behoorlijk hoog, maar er wordt genoeg ruimte ingebouwd om de soms complexe materie toch te laten indalen. De regie is strak en realistisch, maar wordt afgewisseld met een aantal gedurfde intermezzo’s richting zaal.

In het realistische decor van het advocatenkantoor (inclusief metershoog schilderij van Maria Stuart met een zwarte dienstbode) excelleert Mark Rietman als witte, racistische, banale en tegelijkertijd onwetende Lawson. Met de beste bedoelingen en vol van zichzelf, slingert hij de meest walgelijke opmerkingen de zaal in. Hij doet dat met zo’n aanstekelijke overtuiging, dat je soms bijna vergeet hoe weerzinwekkend hij is. Zijn relatie tot Susan (Romana Vrede) wordt gaandeweg steeds vileiner, en kent een haarscherpe ontknoping. Werner Kolf speelt verdienstelijk als Lawsons sidekick Brown, maar heeft een minder interessant personage te pakken. Hetzelfde geldt voor buitenstaander Strickland: Hein van der Heijden geeft hem niettemin een even aandoenlijke als verachtelijke naïviteit mee. Iemand die verwacht dat het hele racisme-debat vanzelf wel weer overwaait. Zo lang het niet racistisch maar grappig is bedoeld, kan het toch niet zo erg zijn? Dat kaliber.

‘We leven in een land waar het debat over racisme en seksisme nog in de kinderschoenen staat en daarom dikwijls buitengewoon humorloos wordt gevoerd,’ schrijft De Vroedt in het programmaboekje. Race legt op een aantal rake momenten de vinger op de zere plek. Het is een voorstelling die absoluut aanzet tot anders denken én handelen.