Hamlet · Toneelgroep De Appel

FtoFoto: Leo van Velzen.

Foto: Leo van Velzen.

Toneelgroep De Appel zwaait af
Gezien: 13 november 2016, Appeltheater (Den Haag)
★★★☆☆

‘Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag’. Met die befaamde frase, uitgesproken door de volledige spelersgroep, opent Toneelgroep de Appel hun laatste voorstelling. De gemeente Den Haag heeft besloten de subsidie met ingang van 2017 stop te zetten. Na 45 jaar houdt het toneelgezelschap op te bestaan.

De Appel begon eind zeventiger jaren als sensationeel vernieuwende toneelgroep. Het gezelschap maakte door de jaren heen een aantal beruchte voorstellingen, waaronder Oresteia, in regie van mede-oprichter Erik Vos. Aus Greidanus sr., die van 1999 tot 2015 artistiek leider was, redde het gezelschap met Tantalus bijna van een ondergang. Daarmee introduceerde hij de  marathonvoorstellingen van De Appel, waarmee het gezelschap sindsdien naam en faam maakte en een loyaal publiek aan zich verbond.

Nadat artistiek leider Arie de Mol deze zomer, na slechts anderhalf jaar, na een negatief oordeel van de adviescommissie van de gemeente Den Haag, stilletjes het schip heeft verlaten, werd David Geysen naar voren geschoven om de artistieke koers vorm en richting te geven. Hij presenteerde een doorstartplan, maar ook dat werd een week geleden door een meerderheid van de Haagse gemeente weggestemd. Bestaan of niet bestaan? Dat laatste, luidt pijnlijk duidelijk de politieke teneur.

Hamlet dus, met zijn politieke intriges vol (theatraal) gekonkel, een voorstelling die zich naar eigen zeggen eenvoudigweg aan hen opdrong.

Er wordt met volle overgave en op vol tempo gespeeld. De publieksopstelling (altijd weer een verrassing bij De Appel) is als die van een circuspiste, en dat wordt volledig uitgebuit: de acteurs komen van alle kanten de speelvloer op en rennen (soms al spelend) onder de tribune door om ergens anders weer tevoorschijn te komen. Op de speelvloer kunnen ze naar gelieven de hoogte in op het steigerdecor. Dat heeft ook nadelen. De laatste scène van Ophelia (Beaudil Elzenga) ging helaas verloren door afstand en gebrek aan zicht.

Geysen speelt een spannende Hamlet, actiever dan menig andere adaptatie, daardoor ook aangenaam vervaarlijk. Hugo Maerten speelt zijn oom Claudius, als gangsterversie, volledig met zonnebril. Bob Schwarze: een gluiperige Polonius. Elzenga heeft bovendien een aantal wonderschone momenten als Ophelia.

Geysen vervult niet alleen de titelrol, maar tekende ook voor de regie. Die is rijk, uitbundig, soms over de top. Haast potsierlijke scènes zoals de openbaring van de geest van vader van Hamlet aan de kroonprins, staan in schril contrast met de meer theatrale, suggestieve openingsdialoog waarin hij slechts als schaduw opdoemt. De voorstelling bedient zich van grote gebaren en soms krijg je wel genoeg van die aanwezige soundscape en het voornamelijk vet aangezette spel. Het maakt de voorstelling bij vlagen onnodig vlak. Iets meer rust en iets meer variatie in energie had de boel geen kwaad gedaan.

Het zijn twee overvolle uren die De Appel ons voorschotelt, waarin een hoop te beleven valt maar de voorstelling soms aan zichzelf voorbij rent. Maar boven alles ademt de voorstelling het vuur van een groep gepassioneerde spelers die hun publiek willen geven wat ze in huis hebben. Nog een laatste keer.

Zo zwaait Toneelgroep De Appel na 45 jaar af. En dat is hoe dan ook een gemis voor het Nederlands theaterlandschap.