De moed om te doden · Toneelhuis

Foto: Kurt van der Elst

Foto: Kurt van der Elst

Sober geënsceneerd maar ijzersterk teksttoneel
Gezien: 22 november 2016, NTGent Minnemeers (Gent)
★★★★☆

Regisseur Guy Cassiers komt na zijn grote, epische toneelvertellingen zoals Hamlet vs. Hamlet en De welwillenden, met een verrassend sober stuk: De moed om te doden is een puur teksttheaterstuk, een klassiek huiskamerdrama.

Het is een van de eerste stukken van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén, die aan het begin van zijn toneelschrijfcarrière vooral zwartgallige, realistische familiedrama’s schreef. Een alleenstaande vader bivakkeert ongevraagd bij zijn zoon. Verwoede pogingen hem dichter naar zich toe te trekken, maken dat deze zich alleen maar verder van hem afkeert, zoals dat gaat. Zijn zoon is apathisch, gevoelloos en cynisch; heeft een muur om zich heen waar zelfs zijn vriendin Radka niet doorheen kan breken.

Cassiers ensceneert dit familiedrama verrassend sober, zonder zijn kenmerkende gebruik van technologie: op een smalle strook tapijt op het voortoneel en met daarop nauwelijks meubilair, ontpopt dit zich tot puur acteurstoneel. En dat terwijl de acteurs die vader en zoon spelen, allebei niet Cassiers’ oorspronkelijke keuzes waren. Kevin Janssens zou aanvankelijk de zoon spelen, maar die trok zich terug ten behoeve van een ander project, dus dat werd Wouter Hendrickx. En Marc Van Eeghem, de vader, moest vanwege ziekte afhaken. Dirk Van Dijck nam zijn rol tien dagen voor de première over.

Naarmate de nacht waarin De moed om te doden zich afspeelt vordert, blijkt dat vader en zoon meer op elkaar lijken dan ze willen. Hoe verschillend in karakter ook, feit is dat ze allebei tomeloos eenzaam zijn. Bij de een manifesteert dat zich in afhankelijkheid, bij de ander in isolement – maar allebei even krampachtig, kinderachtig en onverbiddelijk.

Echt interessant wordt het dan als Radka (prachtig gespeeld door Aminata Demba) het toneel betreedt. Als buitenstaander bekijkt ze het schouwspel met een mengeling van walging en fascinatie. Ze komt bovendien precies op tijd: even leek het stuk zich in een cirkeltje van gekibbel en gekif te begeven, maar zij zet, alleen al met haar aanwezigheid, de boel op scherp. Hoewel die aanwezigheid ook diffuus is: de aantrekkingskracht die de situatie op haar uitoefent is spannend, maar de grens van geloofwaardigheid fragile. Meerdere keren vraag je je af waarom ze er niet allang vandoor is gegaan.

Hetzelfde geldt voor de soms wel erg karikaturale invulling van Van Dijck als vader. Maar tegen het eind, als zijn zoon naar bed gaat en hij alleen met Radka overblijft, vindt er een even meesterlijke als gruwelijke transformatie van zijn personage plaats. Dat resulteert in een van de rauwste toneelscènes die ik ooit heb gezien. Dat is het fascinerende aan De moed om te doden: tijdens het kijken roept het vragen op, verveelt het of ergert het soms zelfs, maar pas naderhand blijkt hoe goed het eigenlijk is en hoe zeer het beklijft. Waar de vader zich ontwikkelt tot een haast contrasterend personage, blijft zijn zoon het hele stuk schijnbaar onbewogen. Maar uiteindelijk komt ook hij in actie, behoedzaam en in alle kilte. Radka bekoopt haar rol als teasende, lieflijke toeschouwer met een hoge prijs. Voor wie van sober geënsceneerde psychodrama’s houdt is De moed om te doden een hele grote aanrader.