Donna Donna · Orkater

Foto: Ben van Duin

Het onvermogen om te troosten
Gezien: 9 december 2017, Goudse Schouwburg (Gouda)
★★★★☆

Donna heeft twee moeders: een biologische en een stiefmoeder. Aan troost geen gebrek met zoveel moederliefde, zou je denken. Maar troost kan ook schrijnend ongepast zijn, of meedogenloos mislukken.

Op jonge leeftijd koos Donna (Yara Alink) ervoor bij haar Italiaanse vader en zijn nieuwe vrouw Coco (Lieke Rosa Altink) te wonen. Die vader krijgen we niet te zien, die ligt op bed, ziek van heimwee naar zijn vaderland. Donna is ziek van verdriet: haar man is vermoord in oorlogsgebied. Het rouwen slokt haar op.

Ten einde raad schakelt Coco de hulp van Donna’s echte moeder (Ria Marks) in. Daar schreeuwt het onvermogen vanaf, bijvoorbeeld als ze haar dochter een onhandige troostknuffel geeft. Donna wurmt zich los en laat zich maar weer eens op een stoel vallen. Geen van drieën blijkt in staat onvoorwaardelijk te troosten, elke woord van troost is tegelijk een sneer. Maar alles slijt, ook verdriet, en als Donna zich na een tijd realiseert dat ze een halfuurtje niet meer aan haar dode man heeft gedacht, is dat meteen een nieuwe pijn. Verdriet maakt alleen maar plaats voor verdriet, oude haat uitsluitend voor nieuwe.

Toneelschrijver Peer Wittenbols schreef een ijzersterk portret dat qua taal lijkt terug te grijpen op zijn vroege werk, met zijn rauw-poëtische zinnen in alledaagse setting. Bitse dialogen, wonderschone, beschrijvende monologen, vuile taal. Vol op de emotie maar met precies genoeg goede grappen. Regisseur Lidwien Roothaan plaatste drie muzikanten prominent op het podium: de personages laten zich even hard meevoeren door de taal als door de muziek.

Er wordt door alle drie de acteurs sterk gespeeld, maar vooral Alink fascineerde me: ze heeft iets onafs in haar spel, soms haast lomp, zoals ze zwelgt in haar verdriet. Het maakt haar menselijk, en tegelijkertijd begrijp je de weerstand die ze oproept: “Je mag van mij best rouwen, alleen je hoeft er niet zo bij te stinken.”