On the road · Toneelgroep Oostpool

on-the-road-06-sanne-peper

Foto: Sanne Peper

Rusteloze zielen op zoek naar onversneden, rauw geluk
Gezien: 7 januari 2017, Huis Oostpool (Arnhem)
★★★☆☆

Hij kan het niet tegenhouden. In Jack Kerouacs klassieker On the road verlaat hoofdpersonage Sal Paradise keer op keer zijn veilige middenklassenbestaan in het naoorlogse New York, om het land te doorkruisen. Dat doet hij grotendeels samen met Dean Moriarty: zijn vrijzinnige reisgenoot die hij zowel verafgoodt als verafschuwt. Die reizen voeren dwars door de Verenigde Staten, van oost tot west, naar het zuiden tot diep in Mexico en weer terug naar New York.

Regisseur Marcus Azzini brengt het tot cult verworden roadverhaal nu op toneel. Zijn enscenering is sober. Een verzameling steigerhout en pallets (vormgeving: Ruben Wijnstok) met daaromheen wat instrumenten – een piano, een trompet, een pianola – illustreren de wegen en de steden. In dat steigerhout zitten loopbanden verwerkt, waardoor het stugge houten toneelbeeld toch dynamiek en afstand teweeg kan brengen.

Maar de reis wordt voornamelijk invoelbaar door Kerouacs rijke, gedetailleerde taal, uitstekend voor toneel bewerkt door Hannah van Wieringen. Het verhaal richt zich tot het publiek, dat enthousiast wordt toegesproken. Als de acteurs ‘Knip!’ roepen schieten ze verder in het verhaal. Niet alleen een technisch trucje: Van Wieringen implementeerde dit in het onstuimige enthousiasme en ongeduld van de personages.

Matthijs van Sande Bakhuyzen is sterk als Sal Paradise: uitbundig, rusteloos en ijdel tegelijk, op zoek naar het rauwe leven, maar zelfbewust, met zijn Moleskine-opschrijfboekje altijd in zijn hand geklemd. Hij kan sentimenteel spelen zonder dat het drakerig wordt. Reinout Scholten van Aschat speelt Dean gretig en rusteloos: altijd met zijn hoofd alweer ergens anders. In hun samenspel wordt mooi zichtbaar hoe de twee jongens naar elkaar opkijken, zonder dat van elkaar echt door te hebben. Ook de hiaten in hun vriendschap liggen al van het begin af aan besloten.

Judith van den Berg speelt alle vrouwenrollen, die vooral bestaan uit Deans vrouwen. Bijvoorbeeld Marylou, die zich voornamelijk uitdrukt door haar rok op te tillen en zich tegen de jongens aan te schuren – die haar vervolgens, te vol van zichzelf en elkaar, meestal geen blik waardig gunnen. Dat wordt op den duur wat eentonig. Ludwig Bindervoet speelt dichter Carlo Marx en alle andere mannenrollen. Bovendien wijst hij zijn medespelers regelmatig terecht als die het weer over ‘negers’ hebben of vrouwen puur als lustobjecten zien. ‘Geen object!’ roept hij dan zeurderig door de scène heen – wat een eerste keer leuk is, maar al snel flauw en drammerig wordt. De voorstelling heeft dat expliciete commentaar niet nodig om paralellen met het nu te trekken. De muren waar je, ondanks en dankzij, al die schijnbaar onbegrensde vrijheid tegen op botst zijn nog even actueel als destijds; net als de jeugdige aversie tegen burgerlijkheid en de behoefte los te breken uit maatschappelijke dogma’s.

Met On the road sluiten Azzini en het viertal op de vloer een drieluik over zoektocht van jonge mensen naar vrijheid af. Die trapte in 2012 af met (in) Koud Water, naar Michael Cunninghams Huis aan het einde van de wereld. Twee jaar later brachten ze de theaterbewerking van Just kids van Patti Smith.

Het sluitstuk On the road is een sfeervolle, broeierige voorstelling geworden over rusteloze zielen, op zoek naar onversneden, rauw geluk.