De eersten – De Hollanders

Foto: Maartje Strijbis

Vervreemdend sciencefictiontheater over existentiële vraagstukken
Gezien: 26 maart 2017, Theater Bellevue (Amsterdam)
★★★☆☆

Het is het jaar 2200. We zien de drie bewoners van een van de buitenwereld geïsoleerd biologisch systeem. Ze zetten een missie voort die zeven generaties geleden is gestart: als de mens erin slaagt in deze biosfeer te overleven, is ze daarmee ook in staat zich op andere planeten te vestigen.

Samen met voice-over KOFAP, een kunstmatig intelligent besturingssysteem, brengen ze hun dagen door met experimenten, verslaglegging en alledaagse beslommeringen. Zo schieten de gesprekken rustig heen en weer van grote zingevingskwesties naar pietluttigheden als de beste manier om een wortel voor de groentesoep te snijden. Zet de mens in eender welke situatie, hoe absurd ook, er zal altijd dergelijk geneuzel zijn.

Ruim halverwege (een tikkeltje laat dus) komt de boel echter op scherp te staan, als blijkt dat hun steun en toeverlaat KOFAP een resetknop heeft. Daardoor staat alles wat ze tot dusver als waarheid hebben aangenomen op losse schroeven. Na een leven dat volledig bestond uit dienstbaarheid aan het grotere geheel, worden ze nu ineens aangesproken op hun vrije wil en individuele autonomie.

De eersten is vervreemdend sciencefictiontheater over existentiële vraagstukken, geregisseerd door Joost van Hezik. De tekst komt, net als bij het vorige project van De Hollanders, van Spinvis (Erik de Jong).

Ondanks de licht absurdistische ondertoon zijn de makers gelukkig niet in de valkuil van de gemakkelijke lach getrapt. Humor zit er wel degelijk in, maar wordt nergens uitgebuit. Dat is niet alleen een verdienste van de tekst, maar is ook te danken aan het prettige spel van Imke Smit, Thomas Höppener en David van Uuden.

De balans tussen ratio en gevoel is wel wat uit het lood. De voorstelling spreekt nadrukkelijk het intellect aan, maar blijft achter in de emotionele lijnen. Daardoor blijft de voorstelling op afstand. De gevoelige, mooi ingeleefde monoloog die Smit op het einde heeft, komt te laat om dat nog recht te trekken.