Too Old To Die, Too Young To Try (14+) · Das Lemniscaat, Tweetakt-productie

Foto: Laurien Riha

Fysieke montage over ouderdom
Gezien: 3 april 2017, Tweetakt, Theater Kikker (Utrecht)
★★★☆☆

Drie hoogbejaarde dames praten uitsluitend nog in spreekwoorden en gezegden. Terwijl zij zich nietsvermoedend tegoed doen aan algemeenheden en clichématigheden, sterft achter hen een oude man. Tijd om erbij stil te staan is er niet want René Schuurmans schalt alweer met zijn instant-meezinger over de speakers: ‘Laat de zon in je hart, ze schijnt toch voor iedereen, geniet van het leven, want het duurt maar even.’

Das Lemniscaat is een jong Utrechts acteurscollectief dat vanuit een gedeelde fascinatie voor subculturen tot beeldende, fysieke voorstellingen komt. In hun twee eerdere voorstellingen, die ze nog tijdens hun acteursopleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht maakten, onderzocht de groep de technoscene in Berlijn (Das Lemniscaat, 2014) en de porno-industrie (First You Get Fucked, Then You Eat A Sandwich, 2015).

Inmiddels zijn Tessa Friedrich, Liza Kollau, Dennie Lukkezen en Birgit Welink een klein jaar geleden afgestudeerd, en brengen ze hun derde voorstelling als makerscollectief. Ditmaal zijn ze niet zozeer in een subcultuur gedoken, maar hebben ze onderzoek gedaan binnen een bevolkingsgroep: de ouderen. Een groep mensen die, zo suggereert de publiciteitstekst, het vermogen heeft om tevreden te zijn met wat er is en wat ze zijn. Gesprekken met ouderen hebben geresulteerd in de beeldende montage Too Old To Die, Too Young To Try (met eindregie van acteur/danser Arend Pinoy), speciaal gemaakt voor festival Tweetakt in Utrecht, en deze week dus aldaar te zien.

Het begint met een verstilde scène, waarin de vier jonge spelers beschroomd op een rij staan en het publiek licht uitdagend aankijken. Stapje voor stapje verkennen ze als groep de ruimte, begeven zich zelfs tussen de toeschouwers in de kleine zaal van Theater Kikker. Langzaam worden ze steeds brutaler, steeds fysieker, steeds vrijpostiger. Deze beeldende sequentie komt symbool te staan voor opgroeien. Grenzen worden voortdurend opgezocht en overschreden, en er wordt langzaam uitgebouwd naar een uitbundige, speelse chaos. Uiteindelijk zitten de spelers elkaar schreeuwend achterna, trekken elkaars broeken naar beneden of smijten elkaar tegen de muren.

Ondanks de amusante scènes en de fijne afwisseling tussen klein spel en de haast schmierende uitbundigheid, mist deze voorstelling ingevingen die voorbij het algemene gaan. Wat hebben de gesprekken met de ouderen, die deze vier jonge mensen hebben gevoerd, hen aan inzichten opgeleverd? Waar zit de persoonlijke frictie die de acteurs – die in alles jeugdigheid, beweeglijkheid en toekomst representeren – voelden toen ze zichzelf met de ouderdom confronteerden? Juist het onderzoek dat de spelers tijdens het maakproces hebben gevoerd, had kunnen leiden tot meer specifieke, spannendere scènes. Nu blijft Too Old To Die, Too Young To Try nog teveel aan de veilige oppervlakte; het vermakelijk en authentieke spel kan een zeker gebrek aan inhoud niet verhullen.