DOS Het voetbalwonder van Utrecht – Theatergroep Aluin en Paul Feld

Foto: Jelmer de Haas

Plezier en sentiment in Utrechtse voetbalvoorstelling
Gezien: 23 april 2017, Culturele Zondagen, Theater Kikker (Utrecht)
★★★☆☆

‘Citroen, citroen en DOS is kampioen!’ Na 109 slopende minuten viel uiteindelijk de beslissende goal, tijdens de ontknopingswedstrijd van de Eredivisie op 15 juni 1958. In het Nijmeegse Goffertstadion verovert het Utrechtse DOS de landstitel op SC Enschede, de voorloper van FC Twente. Ondertussen zat een volgepakt Galgenwaard in Utrecht ademloos naar een leeg veld te staren. 

Afgelopen zondag stelde Utrecht tijdens de maandelijkse Culturele Zondagen grote gebeurtenissen in de naoorlogse geschiedenis van de stad centraal. Speciaal daarvoor schreef Erik Snel (Theatergroep Aluin) samen met Paul Feld de gelegenheidsvoorstelling DOS Het voetbalwonder van Utrecht, over de memorabele wedstrijd waarin ‘de gele kanaries’ van Utrecht er met het landskampioenschap vandoor gingen.

Het resultaat is een komische theatrale reconstructie, die menig Utrechter het bloed sneller zal doen laten stromen. Arend Brandligt, Marcel Roelfsema en Gaby Bakker spelen de inmiddels volwassen kinderen van de technicus die indertijd een rechtstreekse radioverbinding tussen De Goffert en Galgenwaard bewerkstelligde, waardoor vijftienduizend toeschouwers vanuit het Utrechtse stadion de wedstrijd live mee konden maken.

De drie Utrechtse kinderen maken ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van hun inmiddels demente vader een speciale radio-uitzending, waarin ze die specifieke wedstrijd nog eens bloedfanatiek herhalen. Feld en Snel – die samen ook regisseerden – baseerden hun tekst op het boek DOS, het wonder van Utrecht van Ad van Liempt. Het stuk zit dan ook vol met sterk beschreven observaties van het vijftigerjaren Utrecht en  leuke feitjes over de hechte Utrechtse ploeg – en passant wordt er een mooi contrasterend beeld geschetst met de hedendaagse, gecommercialiseerde voetbalwereld: ‘Nu mag je blij zijn als een speler een heel seizoen blijft’, volgens een van de zoons. ‘Of een hele wedstrijd. Nu staan spelers al bij een ingooi te bellen met een andere club.’ Smakelijk memoreren ze hoe manager Piet Mackaay voor een wedstrijd de huizen van de spelers langsging, om door de brievenbus te gluren om te controleren of hun fietsen wel binnen stonden.

Met open spel en aanstekelijk plezier brengen Brandligt, Roelfsema en Bakker de reconstructie tot leven. Het onderlinge verhaallijntje dat Feld en Snel hebben opgevoerd, waarin de drie kinderen zich tot elkaar en hun vader verhouden, blijft een schetsmatige aanzet. Maar de liefde voor hun club en voor hun ‘stadsie’ spat ervan af. In combinatie met het fijne nostalgisch sentiment is DOS Het voetbalwonder van Utrecht een aanstekelijk geheel van een kleine drie kwartier, dat in het kader van Culturele Zondagen uitstekend op zijn plek viel.